Al te vaak wordt gedacht dat alleen de 'oude' industrielanden van Europa en Noord-Amerika vergrijzen. Dat is een dwaling, schrijft de Internationale Vereniging voor Sociale Zekerheid (ISSA) in een rapport. In werkelijkheid gaat het om een wereldwijde trend, met zwart Afrika als enige uitzondering.
In Azië en Latijns-Amerika verloopt de omslag naar een mature bevolkingsstructuur zelfs sneller dan hier. Zo'n bevolking heeft meer niet-actieve ouderen dan (nog) niet-actieve jongeren.
In Europa en Noord-Amerika nam die transitie zowat 150 jaar in beslag. De komende 20 jaar zal het totale aantal ouderen er nog met ongeveer 50 procent toenemen.
Dat lijkt indrukwekkend. Maar in Azië, Latijns-Amerika en zelfs sommige delen van Afrika zal die 'grijze' groep tegen 2030 met bijna 150 procent aangroeien.
Tegelijk zal het aantal jongeren onder 15 jaar bijna overal zwaar terugvallen. Afrika is ook hier de uitzondering op de regel.
Ontgroening
Maar er is toch een belangrijk verschil tussen de 'oude' westerse industrielanden, zoals België, en de meeste landen in Azië en Latijns-Amerika. In het Westen zullen vergrijzing en 'ontgroening' leiden tot een forse toename van de afhankelijkheidsgraad, de verhouding tussen het aantal actieven en de door hen ondersteunde niet-actieven. In Azië en Latijns-Amerika is dat nog niet het geval. De komende jaren leidt de massale instroom van jongeren op de arbeidsmarkt door nog tot een stevige groei van de werkende bevolking, terwijl de daling van het aantal kinderen en schoolgaande jongeren het totale aantal niet-actieven helpt drukken. Daardoor zal de afhankelijkheidsgraad in die landen nog dalen.
Die kunnen dat 'demografische dividend' gebruiken om via meer economische groei en de aanleg van reserves de periode voor te bereiden waarin de afhankelijkheidsgraad ook bij hun zal beginnen te stijgen. China zal bijvoorbeeld nog tot 2040 van dat demografische dividende kunnen genieten, Inda en Indonesië tot 2050.
De Europese landen hebben geen periode van respijt meer. Zij moeten onmiddellijk maatregelen beginnen te nemen om hun welvaartsstaten 'gelukkig oud te laten worden'. Dat zal bijna steeds neerkomen op langer werken en meer individuele verantwoordelijkheid. Een bijkomend probleem is dat vergrijzing meestal tot een lagere economische groei leidt. Het wordt ook een moelijke evenwichtsoefening tussen de verwachting van elk individu op een fair pensioen en het vermijden van te grote scheeftrekkingen in de solidariteit tussen de generaties.
De ISSA- experts waarschuwen ook tegen het idee dat immigratie een belangrijke bijdrage kan leveren om de demografische onevenwichten in het Westen op te vangen. Naarmate de vergrijzing ook in de rest van de wereld voelbaar wordt, zal dat steeds minder een valabele optie blijken.