De Studiecommissie voor de Vergrijzing heeft haar jaarverslag gepubliceerd. Daarin berekent ze hoeveel de vergrijzing van de bevolking ons gaat kosten. Tegen 2040 zal dat ruim drie procent extra kosten van onze welvaart, en dat komt neer op ruim 13 miljard euro ten opzichte van vandaag. Dat geld gaat vooral naar pensioenen en gezondheidszorg.
Het eerste hoofdstuk van het Jaarverslag 2017 van de SCvV stelt de evolutie van alle sociale uitgaven in procent van het bruto binnenlands product (bbp) tot 2060 voor, alsook de budgettaire kosten van de vergrijzing tussen 2016 en 2060 (namelijk de variatie van alle sociale uitgaven uitgedrukt in procentpunt van het bbp tussen deze twee jaren). Het referentiescenario van die projectie van de sociale uitgaven integreert de nieuwe Demografische vooruitzichten 2016-2060 van maart 2017 en de op 20 juni 2017 gepubliceerde Economische vooruitzichten 2017-2022. Dat scenario bevat de pensioenhervorming van 2015 en alle maatregelen met betrekking tot de sociale uitgaven, die reeds zijn afgekondigd of dat binnenkort zullen worden.
Het tweede hoofdstuk neemt de sociale houdbaarheid in de context van de vergrijzing onder de loep. In een eerste deel wordt een stand van zaken van de sociale houdbaarheid van de pensioenen gegeven. Er worden verschillende indicatoren geanalyseerd: de evolutie van de minimumpensioenen en de inkomensgarantie voor ouderen (IGO) ten opzichte van een armoededrempel, alsook de resultaten van de Europese EU-SILC-enquête (‘European Union Survey on Income and Living Conditions’). De meest recente enquête heeft betrekking op de inkomens van 2015. De indicatoren die overgenomen zijn uit de enquête hebben betrekking op het armoederisico volgens de 'klassieke’ definitie en volgens alternatieve definities, alsook op aanvullende indicatoren. Een vergelijking met onze buurlanden vult die analyse aan. In een tweede deel worden de langetermijnvooruitzichten van de sociale houdbaarheid van de pensioenen voorgesteld via de evolutie van het armoederisico en de Gini-coëfficiënt bij de gepensioneerden tot 2060. De hypothesen die de basis vormen van de projectie van de socialehoudbaarheidsindicatoren zijn identiek aan de hypothesen die zijn gebruikt in het kader van de evaluatie van de budgettaire kosten van de vergrijzing.
De vergrijzing zal ons ruim 13 miljard euro meer kosten dan vandaag
Het eerste hoofdstuk van het Jaarverslag 2017 van de SCvV stelt de evolutie van alle sociale uitgaven in procent van het bruto binnenlands product (bbp) tot 2060 voor, alsook de budgettaire kosten van de vergrijzing tussen 2016 en 2060 (namelijk de variatie van alle sociale uitgaven uitgedrukt in procentpunt van het bbp tussen deze twee jaren). Het referentiescenario van die projectie van de sociale uitgaven integreert de nieuwe Demografische vooruitzichten 2016-2060 van maart 2017 en de op 20 juni 2017 gepubliceerde Economische vooruitzichten 2017-2022. Dat scenario bevat de pensioenhervorming van 2015 en alle maatregelen met betrekking tot de sociale uitgaven, die reeds zijn afgekondigd of dat binnenkort zullen worden.
Het tweede hoofdstuk neemt de sociale houdbaarheid in de context van de vergrijzing onder de loep. In een eerste deel wordt een stand van zaken van de sociale houdbaarheid van de pensioenen gegeven. Er worden verschillende indicatoren geanalyseerd: de evolutie van de minimumpensioenen en de inkomensgarantie voor ouderen (IGO) ten opzichte van een armoededrempel, alsook de resultaten van de Europese EU-SILC-enquête (‘European Union Survey on Income and Living Conditions’). De meest recente enquête heeft betrekking op de inkomens van 2015. De indicatoren die overgenomen zijn uit de enquête hebben betrekking op het armoederisico volgens de 'klassieke’ definitie en volgens alternatieve definities, alsook op aanvullende indicatoren. Een vergelijking met onze buurlanden vult die analyse aan. In een tweede deel worden de langetermijnvooruitzichten van de sociale houdbaarheid van de pensioenen voorgesteld via de evolutie van het armoederisico en de Gini-coëfficiënt bij de gepensioneerden tot 2060. De hypothesen die de basis vormen van de projectie van de socialehoudbaarheidsindicatoren zijn identiek aan de hypothesen die zijn gebruikt in het kader van de evaluatie van de budgettaire kosten van de vergrijzing.
De vergrijzing zal ons ruim 13 miljard euro meer kosten dan vandaag