De regering-Michel heeft opnieuw enkele opvallende pensioenhervormingen goedgekeurd. Daarbij gaan enkele gunstregimes op de schop.
Zo stijgt de wettelijke pensioenleeftijd van militairen en het rijdend personeel van de NMBS, dat zijn de treinbestuurders en de treinbegeleiders, in 2018 tot 57 jaar. Per kalenderjaar komt er vervolgens een half jaar bij. Vooralsnog kunnen zij op 55 jaar met pensioen. Wel kunnen de sociale partners tijdens de onderhandelingen over de zware beroepen die regeling nog bijsturen.
Daarboven heeft de regering ook nog eens herbevestigd dat ze de gunstige pensioenberekening van enkele uitzonderingscategorieën van ambtenaren zal laten uitdoven. Zo hoeven het rijdend personeel van de NMBS en politieagenten dankzij hun preferentieel tantième vandaag nog geen 38 jaar te werken voor een volledig pensioen. Op termijn wordt dat verhoogd tot 45 jaar, wat nu al zo is voor werknemers. Ook hierover is sociaal overleg mogelijk.
Daarnaast verdwijnt ook het ziektepensioen voor ambtenaren. Langdurig zieke ambtenaren zullen dus niet langer automatisch met pensioen worden gestuurd maar zullen een ziekte-uitkering krijgen. Er wordt uitgezocht op welke manier zieke ambtenaren die aangepast werk aankunnen, naar werk kunnen worden begeleid.
Het pensioen van wie langdurig werkloos of met brugpensioen is, zal dan weer dalen. Vanaf het tweede jaar dat iemand werkloos is of bij bruggepensioneerden zal het latere pensioenbedrag voor die jaren worden berekend op basis van het minimumrecht en niet langer op basis van een hoger bedrag.
Tot slot maakt de regering het ook interessanter om nog langer te blijven werken. Wie momenteel meer dan 14.040 dagen - dat is 45 jaar - heeft gewerkt, kan geen extra pensioenrechten meer opbouwen. Die grens verdwijnt, waardoor wie een loopbaan van meer dan 45 jaar heeft daar ook voordeel uit haalt voor zijn pensioen.
Michel verrast met nieuwe pensioenhervormingen | De Tijd
Zo stijgt de wettelijke pensioenleeftijd van militairen en het rijdend personeel van de NMBS, dat zijn de treinbestuurders en de treinbegeleiders, in 2018 tot 57 jaar. Per kalenderjaar komt er vervolgens een half jaar bij. Vooralsnog kunnen zij op 55 jaar met pensioen. Wel kunnen de sociale partners tijdens de onderhandelingen over de zware beroepen die regeling nog bijsturen.
Daarboven heeft de regering ook nog eens herbevestigd dat ze de gunstige pensioenberekening van enkele uitzonderingscategorieën van ambtenaren zal laten uitdoven. Zo hoeven het rijdend personeel van de NMBS en politieagenten dankzij hun preferentieel tantième vandaag nog geen 38 jaar te werken voor een volledig pensioen. Op termijn wordt dat verhoogd tot 45 jaar, wat nu al zo is voor werknemers. Ook hierover is sociaal overleg mogelijk.
Daarnaast verdwijnt ook het ziektepensioen voor ambtenaren. Langdurig zieke ambtenaren zullen dus niet langer automatisch met pensioen worden gestuurd maar zullen een ziekte-uitkering krijgen. Er wordt uitgezocht op welke manier zieke ambtenaren die aangepast werk aankunnen, naar werk kunnen worden begeleid.
Het pensioen van wie langdurig werkloos of met brugpensioen is, zal dan weer dalen. Vanaf het tweede jaar dat iemand werkloos is of bij bruggepensioneerden zal het latere pensioenbedrag voor die jaren worden berekend op basis van het minimumrecht en niet langer op basis van een hoger bedrag.
Tot slot maakt de regering het ook interessanter om nog langer te blijven werken. Wie momenteel meer dan 14.040 dagen - dat is 45 jaar - heeft gewerkt, kan geen extra pensioenrechten meer opbouwen. Die grens verdwijnt, waardoor wie een loopbaan van meer dan 45 jaar heeft daar ook voordeel uit haalt voor zijn pensioen.
Michel verrast met nieuwe pensioenhervormingen | De Tijd