Het heeft lang geduurd, maar er is een akkoord tussen de politieke partijen over het pensioen van de parlementsleden. Die moeten doen wat anderen ook doen: werken tot hun 67e.
Op dit ogenblik hoeven parlementsleden niet langer dan twintig jaar te werken voor ze recht hebben op een pensioen. Dat gaat dus veranderen. Kamervoorzitter Siegfried Bracke (N-VA), die de onderhandelingen leidde: "We doen wat andere mensen ook doen.
Dat betekent dat de parlementsleden die na 2019 verkozen worden, tot hun 65e moeten werken. In 2025 wordt de pensioenleeftijd dan 66 en in 2030 67. Ook moeten ze er een carrière van 45 jaar hebben opzitten.
Parlementsleden moeten nu ook werken tot hun 67e
Parlementsleden moeten nu ook werken tot hun 67e