De regering laat twee gunstregimes voor ambtenarenpensioenen ongemoeid. Ten eerste: terwijl het pensioen van een werknemer wordt berekend op basis van diens hele loopbaan, wordt het ambtenarenpensioen berekend op basis van het gemiddelde loon van de laatste 10 jaar – vroeger was dat zelfs 5 jaar, maar de regering-Di Rupo verstrengde de regeling. Het systeem is uiteraard voordeliger omdat iemand op het einde van de carrière meer verdient.
Een tweede voordeel dat ambtenaren behouden, is dat hun pensioenen meestijgen met de lonen van de actieve ambtenaren, de zogenaamde perequatie. Als ambtenaren 1 procent meer loon krijgen, dan krijgen hun collega’s op rust ook 1 procent meer pensioen. Dat systeem bestaat niet voor werknemers. De twee ‘privileges’ verklaren mee waarom het gemiddelde pensioenbedrag bij ambtenaren in 2014 2.340 euro bedroeg, dat van werknemers 1.511 euro.
Krant - De Standaard
Krant - De Standaard