Doorgaan naar hoofdcontent

Hoe ziet de nieuwe berekening van het minimumrendement aanvullend pensioen eruit ? - deredactie.be

Waarover gaat het? Er zijn in ons land drie pensioenpijlers: het wettelijke pensioen dat de overheid organiseert, de zogenoemde eerste pijler; het aanvullend pensioen dat de werkgever of de sector organiseert is de tweede pijler en de derde pijler is het pensioen waar je zelf voor spaart via bijvoorbeeld pensioensparen. Die tweede pijler gebeurt in de vorm van een groepsverzekering of een pensioenfonds en momenteel is er een wettelijk bepaalde rendementsgarantie van 3,25 procent voor de werkgeversbijdrage en 3,75 procent voor de werknemersbijdrage, maar dat gaat dus veranderen. Voortaan is het minimumrendement 1,75 p
rocent, maar dat kan aangevuld worden met een bedrag berekend op de langetermijnrente.

De berekening verloopt als volgt: Men neemt 65 procent van de tienjaarsrente op Belgische staatsleningen.
Indien dat bedrag lager is dan 1,75 procent, blijft het minimumrendement 1,75 procent. 
Indien het bedrag hoger is dan 1,75 procent en lager dan 3,75 procent, dan behoudt men dit bedrag.
Indien het hoger is dan 3,75 procent, dan wordt het op maximaal 3,75 procent gelegd. 

Met de huidige stand van de langetermijnrente zal in eerste instantie het minimumrendement voor het aanvullend pensioen dus dalen naar 1,75 procent, aanzienlijk minder dan de huidige rendementen van 3,25 procent per jaar.

Het is nog niet uitgeklaard of de nieuwe renteformule alleen zal gelden voor nieuwe contracten, of ook voor nieuwe stortingen in lopende contracten voor het aanvullend pensioen. De werkgevers waren al langer vragende partij om de rendementsgarantie te veranderen. Als de verzekeraar of het pensioenfonds het minimumrendement niet haalt, moet de werkgever het verschil immers bijpassen.

Minimumrendement aanvullend pensioen daalt in eerste instantie tot 1,75 procent



Populaire posts van deze blog

Kosten vergrijzing wegen almaar zwaarder door: toekomstige regering wacht lastige taak om oplossing te vinden

Waar uitkeringen, gezondheidszorg of pensioenen vandaag ruim een vierde van onze gezamenlijk geproduceerde welvaart opeisen, zal dat tegen 2070 al een derde zijn. En dat is voor het overgrote deel te wijten aan de vergrijzing van onze bevolking. Dat blijkt uit het nieuwe jaarrapport van de Studiecommissie voor de Vergrijzing. En zo weten de regeringsonderhandelaars nog eens duidelijk wat hen te doen staat. Vervolg VRT Rapport Studiecommissie voor de Vergrijzing

Gemiddelde pensioenleeftijd blijft steken op 63 jaar

De werkelijke gemiddelde pensioenleeftijd van de Belgen blijft liggen op 63 jaar en bijna 4 maanden, ondanks de ambities van de overheid om de Belg langer te laten werken. Dat stelt het hr-dienstenbedrijf Acerta op basis van gegevens van 260.000 werknemers. 'De cijfers tonen aan dat de Belg met vervroegd pensioen blijft gaa n zodra het kan. Om de reële pensioenleeftijd op te trekken kunnen bedrijven nog meer inzetten op landingsbanen en werkbaar en wendbaar werk', klinkt het. Vervolg