De verzekeringsmaatschappijen kregen het hard te verduren toen ze voorstelden om het gewaarborgd rendement van 3,25 procent op pensioenverzekeringen te verlagen, omdat dat onhoudbaar zou zijn door het lage rentebeleid van de ECB (DS 25 februari) . Moord en brand werd er geschreeuwd. Natuurlijk overdrijft de sector als ze de gegarandeerde rente wil laten zakken naar minder dan 0,40 procent. Ook de vraag waar de overschotten zijn gebleven die de verzekeraars in economisch betere tijden konden vergaren, is terecht. Maar heel wat reacties van commentatoren en politici doen de wenkbrauwen fronsen.
Een veel gehoord argument is dat de verzekeraars de lage rente die ze op obligaties krijgen, gecompenseerd zien met meer winsten op de aandelenbeleggingen. Dat is een misverstand, want een lage rente gaat doorgaans gepaard met minder beurswinsten. Gemiddeld halen aandelen een rendement dat gelijk is aan de ‘risicovrije’ rente op overheidsobligaties, plus een risicopremie van 3 à 4 procent. Als de risicovrije rente laag is, dan is het te verwachten rendement op aandelen ook lager. Vandaag is de risicovrije rente nul tot zelfs negatief op korte termijn, en dat kan nog heel lang zo blijven. Om 3,25 procent te halen, zouden de verzekeraars de nieuwe pensioenbijdrages met andere woorden haast integraal in aandelen moeten beleggen, met alle risico’s van dien.
Van De verzekeraars naar Kaupthing - De Standaard
Van De verzekeraars naar Kaupthing - De Standaard