De voorbije dagen berichtten de Vlaamse media over de pensioenen van UGent-medewerkers met contracten van bepaalde en onbepaalde duur. Naar aanleiding van een artikel in het studentenblad Schamper werd gesuggereerd dat de UGent de pensioenrechten van haar personeelsleden met contracten van bepaalde duur weigert te erkennen. Omdat die gefragmenteerde berichtgeving tot misverstanden kan leiden, schetsen we hier de situatie.
In 2000 besliste het toenmalige bestuur om aan een beperkte groep van medewerkers met een arbeidsovereenkomst van onbepaalde duur een aanvullend pensioen aan te bieden, bovenop het wettelijk pensioen. Dit om deze medewerkers, die structureel aan de instelling waren verbonden, pensioenrechten toe te kennen die vergelijkbaar waren met de pensioenrechten van statutaire medewerkers. Aan een intussen beperkte groep (momenteel nog zo’n 420 personen) werd zo een zeer gunstig aanvullend pensioen toegekend. De jaarlijkse premies die de UGent daarvoor aan een pensioenverzekeraar betaalt zijn zeer hoog: gemiddeld 23% bovenop de loonkost, waar dat gemiddeld 6 à 8% bedraagt.
Met de Wet op de Aanvullende Pensioenen (2003) wijzigde de wettelijke context waardoor geen onderscheid tussen verschillende types contractuele medewerkers mogelijk is. Het toenmalige bestuur meende, gestaafd door juridische argumenten, dat de instelling niet onder deze wet viel, omdat de personeelsleden met een contract van bepaalde duur een bijzondere categorie vormden. Daarvoor voorziet de wet een uitzondering. Een rechter oordeelde daar recent anders over.
Mediaberichten over pensioenplannen: de UGent licht toe — Universiteit Gent
In 2000 besliste het toenmalige bestuur om aan een beperkte groep van medewerkers met een arbeidsovereenkomst van onbepaalde duur een aanvullend pensioen aan te bieden, bovenop het wettelijk pensioen. Dit om deze medewerkers, die structureel aan de instelling waren verbonden, pensioenrechten toe te kennen die vergelijkbaar waren met de pensioenrechten van statutaire medewerkers. Aan een intussen beperkte groep (momenteel nog zo’n 420 personen) werd zo een zeer gunstig aanvullend pensioen toegekend. De jaarlijkse premies die de UGent daarvoor aan een pensioenverzekeraar betaalt zijn zeer hoog: gemiddeld 23% bovenop de loonkost, waar dat gemiddeld 6 à 8% bedraagt.
Met de Wet op de Aanvullende Pensioenen (2003) wijzigde de wettelijke context waardoor geen onderscheid tussen verschillende types contractuele medewerkers mogelijk is. Het toenmalige bestuur meende, gestaafd door juridische argumenten, dat de instelling niet onder deze wet viel, omdat de personeelsleden met een contract van bepaalde duur een bijzondere categorie vormden. Daarvoor voorziet de wet een uitzondering. Een rechter oordeelde daar recent anders over.
Mediaberichten over pensioenplannen: de UGent licht toe — Universiteit Gent