Doorgaan naar hoofdcontent

Nederland : :''Passief'' moet basis pensioenfonds zijn

Het is raar dat passief beleggen niet de basisstrategie van ieder pensioenfonds is, nu uit onderzoeken telkens weer naar voren komt dat actieve beleggers de index over een langere periode zelden weten te verslaan.

Dat zegt Alfred Slager in gesprek met Fondsnieuws. Slager is verbonden aan de Universiteit van Tilburg en was eerder chief investment officer bij het Stork-pensioenfonds en werkzaam voor PGGM.

‘De verhouding actief-passief is bij pensioenfondsen nu vaak 70:30, terwijl dat in theorie het omgekeerde zou moeten zijn’, zegt hij.

De kosten van passief beleggen zijn veel lager. Bovendien verslaan veel actieve fondsen de markt niet, zegt Slager. ‘Passief beleggen zou de basis moeten zijn.’

‘Vervolgens moet een fonds zich afvragen wat het actief wil gaan managen. Daarbij moet het goed in de gaten houden of een fondsmanager de hogere kosten waard is die je hem betaalt.’

Samen met hoogleraar Financieel Management Kees Koedijk schreef Slager het boek Investment beliefs – A positive approach to institutional investing. De Nederlandse vertaling verschijnt in april.

Weinig grip
In het boek leggen de auteurs pensioenfondsbestuurders uit hoe zij hun beleggingsbeleid kunnen verbeteren. Het viel de auteurs op hoe weinig grip deze op de materie hebben.

‘Ze benaderen beleggen vaak als een exacte wetenschap. Terwijl het er juist op aan komt je eigen grondbeginselen te formuleren’, zegt Slager.

'Elk fonds zou zijn beleggingsfilosofie expliciet moeten opschrijven en daar vervolgens naar moeten handelen. Dit leidt tot betere resultaten omdat ze bestuurders helpen bij het nemen van goed onderbouwde beslissingen die passen bij hun doelstellingen.’

Voorbeelden van overtuigingen waaruit zo’n filosofie kan bestaan zijn actief beheer (of niet), loont niet, maar ook: de kosten bepalen het netto-rendement, eenvoud loont, duurzaamheid biedt kansen, geen verplichtingen of: wij stappen alleen in, als we hebben afgesproken wanneer we uitstappen.

Harvard en Yale
Voorbeelden van fondsen die een duidelijke filosofie hebben en daar ook naar handelen zijn de endowment funds van de Amerikaanse Universiteiten Harvard en Yale. Zij zijn erop gericht zoveel mogelijk risicopremie op te strijken en beleggen daarom veel in illiquide alternatieve beleggingen.

Het Yale fonds maakte tussen 1998 en 2007 een jaarlijks rendement van 17,8 procent, maar verloor in 2008 wel 25 procent van zijn waarde. Slager: 'Misschien heeft deze filosofie zijn beste tijd dus wel gehad. Overtuigingen moeten ook van tijd onder de loep genomen worden.'

Hoe het ook zij, het klinkt heel logisch een duidelijke filosofie te formuleren, maar toch blijkt uit onderzoek dat 56 procent van de Britse pensioenfondsbestuurders nog nooit over hun beleggingsfilosofie heeft nagedacht. In Nederland is dit nooit onderzocht, maar Slager verwacht eenzelfde uitkomst.

Hedgefondsen
'Door het formuleren van een eigen visie zijn ze ook weerbaarder tegen de pr-machine van vermogensbeheerders', zegt Slager.

‘Een wake up call is op dit punt de discussie over hedgefondsen geweest, waarvan de prestaties pensioenfondsen op z’n minst tegenvielen. Ze zijn nu dan al weer enige tijd bezig met het afbouwen van hun allocatie.’

Slager wil hiermee niet zeggen dat beleggen in hedgefondsen per se een slechte strategie is, maar als je erin belegt, moet je wel helder hebben waar je in belegt en waarom je dit doet.

Ook van themafondsen moeten bestuurders zich afvragen of dit binnen hun filosofie past. ‘Zij zijn vrij nieuw en hebben zich nog niet bewezen’, zegt Slager.

Andere belangen
Pensioenfondsbestuurders moeten zich er, volgens Slager, van bewust zijn dat zij andere belangen hebben dan vermogensbeheerders. ‘Vermogensbeheerders richten zich bijvoorbeeld meer op de korte termijn. Daar moet je als bestuurder rekening mee houden.’

Populaire posts van deze blog

Kosten vergrijzing wegen almaar zwaarder door: toekomstige regering wacht lastige taak om oplossing te vinden

Waar uitkeringen, gezondheidszorg of pensioenen vandaag ruim een vierde van onze gezamenlijk geproduceerde welvaart opeisen, zal dat tegen 2070 al een derde zijn. En dat is voor het overgrote deel te wijten aan de vergrijzing van onze bevolking. Dat blijkt uit het nieuwe jaarrapport van de Studiecommissie voor de Vergrijzing. En zo weten de regeringsonderhandelaars nog eens duidelijk wat hen te doen staat. Vervolg VRT Rapport Studiecommissie voor de Vergrijzing

Gemiddelde pensioenleeftijd blijft steken op 63 jaar

De werkelijke gemiddelde pensioenleeftijd van de Belgen blijft liggen op 63 jaar en bijna 4 maanden, ondanks de ambities van de overheid om de Belg langer te laten werken. Dat stelt het hr-dienstenbedrijf Acerta op basis van gegevens van 260.000 werknemers. 'De cijfers tonen aan dat de Belg met vervroegd pensioen blijft gaa n zodra het kan. Om de reële pensioenleeftijd op te trekken kunnen bedrijven nog meer inzetten op landingsbanen en werkbaar en wendbaar werk', klinkt het. Vervolg