Doorgaan naar hoofdcontent

Aanvullend sectoraal pensioenstelsel PC 226 verhoging werkgeversbijdrage

Op 1 januari 2011 moet de werkgeversbijdrage van 0,75 % voor het aanvullend sectoraal pesnioenstelsel met 0,25 % worden verhoogd tot 1 % van de lonen onderhevig aan patronale RSZ-bijdragen.

Op 1 januari 2007 werd in de sector een WAP-conform aanvullend sectoraal pensioenstelsel ingevoerd dat wordt gefinancierd door een werkgeversbijdrage die automatisch wordt geïnd op het totale loon onderworpen aan patronale RSZ-bijdragen via de elektronische RSZ-kwartaalaangifte (DMFA). Ondernemingen die reeds een eigen stelsel van aanvullend pensioen hadden op 31 december 2006 konden onder bepaalde voorwaarden en mits naleving van bepaalde formaliteiten worden vrijgesteld van deelname aan het sectoraal pensioenstelsel.


De werkgeversbijdrage bij de invoering van het sectoraal pensioenstelsel bedroeg 0,50 %. Op 1 januari 2009 werd deze bijdrage verhoogd met 0,25 % tot 0,75 %.


Vanaf 1 januari 2011 wordt de werkgeversbijdrage van 0,75 % voor het aanvullend sectoraal pensioenstelsel verhoogd met 0,25 % tot 1 % van de lonen onderhevig aan patronale RSZ-bijdragen (dit percentage omvat de totale pensioenbijdrage, inclusief de bijzondere werkgeversbijdragen en de kosten aangerekend door de pensioeninstelling en de inrichter).



Ondernemingen die vrijgesteld zijn van deelname aan het sectoraal pensioenstelsel, kunnen op 1 januari 2011 de keuze maken:

de bijdrage van 0,25 % toevoegen aan het eigen pensioenplan, of
aansluiten bij het sectorpensioenplan voor de volledige bijdrage van de sectorale pensioentoezegging, of

in overleg met de vakbondsafvaardiging een ander evenwaardig voordeel van 0,25 % voorzien hetzij globaal op ondernemingsniveau, hetzij individueel. Deze 0,25 % is een koopkrachtverhoging inclusief alle toepasselijke fiscale en parafiscale heffingen en kosten, eigen aan het gekozen alternatief voordeel.
Deze verhogingen werden voorzien in het sectoraal akkoord 2009-2010.

Populaire posts van deze blog

Kosten vergrijzing wegen almaar zwaarder door: toekomstige regering wacht lastige taak om oplossing te vinden

Waar uitkeringen, gezondheidszorg of pensioenen vandaag ruim een vierde van onze gezamenlijk geproduceerde welvaart opeisen, zal dat tegen 2070 al een derde zijn. En dat is voor het overgrote deel te wijten aan de vergrijzing van onze bevolking. Dat blijkt uit het nieuwe jaarrapport van de Studiecommissie voor de Vergrijzing. En zo weten de regeringsonderhandelaars nog eens duidelijk wat hen te doen staat. Vervolg VRT Rapport Studiecommissie voor de Vergrijzing

Gemiddelde pensioenleeftijd blijft steken op 63 jaar

De werkelijke gemiddelde pensioenleeftijd van de Belgen blijft liggen op 63 jaar en bijna 4 maanden, ondanks de ambities van de overheid om de Belg langer te laten werken. Dat stelt het hr-dienstenbedrijf Acerta op basis van gegevens van 260.000 werknemers. 'De cijfers tonen aan dat de Belg met vervroegd pensioen blijft gaa n zodra het kan. Om de reële pensioenleeftijd op te trekken kunnen bedrijven nog meer inzetten op landingsbanen en werkbaar en wendbaar werk', klinkt het. Vervolg