Doorgaan naar hoofdcontent

Commentaar : Niet meer te verantwoorden

Gepensioneerde ambtenaren krijgen dit jaar een extra kerstcadeau: volgend jaar gaat hun pensioen omhoog. Niet alleen omdat het geïndexeerd wordt, zoals alle pensioenen. Ambtenaren op rust hebben, boven op de indexering, om de twee jaar ook nog recht op een zogenaamde 'perequatie' van hun pensioen. Dat betekent dat hun uitkering ook nog eens aangepast wordt aan de evolutie van de ambtenarenwedden de voorbije twee jaar. Gepensioneerden uit de overheidssector passeren dus twee keer langs de kassa.

Omdat bovendien hun pensioenen gemiddeld al meer dan duizend euro hoger liggen dan die van werknemers uit de privésector, wordt de kloof tussen de pensioenen in de overheids- en de particuliere sector almaar groter. Het gemiddelde pensioen van een vastbenoemde ambtenaar bedraagt nu al meer dan het dubbele van dat van een werknemer, en het viervoudige van dat van een zelfstandige.

Historisch waren de hoge ambtenarenpensioenen een compensatie voor het feit dat de ambtenaren tijdens hun loopbaan gemiddeld minder verdienden dan werknemers. De ambtenarenwedden lagen vroeger aanzienlijk lager dan de lonen in de privésector. Het hoge ambtenarenpensioen werd met andere woorden gezien als een vorm van 'uitgesteld loon'.

De voorbije jaren hebben die ambtenarenwedden echter een serieuze inhaalbeweging gemaakt, zodat ze nu de vergelijking met de lonen in de privésector kunnen doorstaan. Terecht, want alleen door concurrentiële lonen te betalen kan de overheid capabele en bekwame mensen aantrekken.

Maar meteen is daardoor ook de bestaansreden voor de hoge ambtenarenlonen en voor de 'perequatie' verdwenen. Als ambtenaren en werknemers vergelijkbare lonen verdienen tijdens hun loopbaan, waarom hebben de eersten dan nog recht op een hoger wettelijk pensioen?

Nu al gaat 3,5 procent van ons bruto binnenlands product - dat is de totale welvaart die we in een jaar tijd samen produceren - naar de uitkering van de ambtenarenpensioenen. In 1980 was dat nog maar 2 procent. De last van de ambtenarenpensioenen groeit dus sneller dan de economie. En omdat de vergrijzingsgolf die op ons afkomt vooral in de openbare sector zal toeslaan, zoals gisteren nog bleek uit cijfers van de VDAB, zullen de ambtenarenpensioenen de komende jaren een steeds groter deel van onze welvaart opslokken. De kloof met de wettelijke pensioenen van werknemers uit de privésector zal blijven toenemen.

Tenzij de niet meer te verantwoorden stijging van de ambtenarenpensioenen een halt wordt toegeroepen. Maar tot nog toe durft de politiek de confrontatie met de vakbonden over dit laatste taboe niet aan.

Populaire posts van deze blog

Kosten vergrijzing wegen almaar zwaarder door: toekomstige regering wacht lastige taak om oplossing te vinden

Waar uitkeringen, gezondheidszorg of pensioenen vandaag ruim een vierde van onze gezamenlijk geproduceerde welvaart opeisen, zal dat tegen 2070 al een derde zijn. En dat is voor het overgrote deel te wijten aan de vergrijzing van onze bevolking. Dat blijkt uit het nieuwe jaarrapport van de Studiecommissie voor de Vergrijzing. En zo weten de regeringsonderhandelaars nog eens duidelijk wat hen te doen staat. Vervolg VRT Rapport Studiecommissie voor de Vergrijzing

Gemiddelde pensioenleeftijd blijft steken op 63 jaar

De werkelijke gemiddelde pensioenleeftijd van de Belgen blijft liggen op 63 jaar en bijna 4 maanden, ondanks de ambities van de overheid om de Belg langer te laten werken. Dat stelt het hr-dienstenbedrijf Acerta op basis van gegevens van 260.000 werknemers. 'De cijfers tonen aan dat de Belg met vervroegd pensioen blijft gaa n zodra het kan. Om de reële pensioenleeftijd op te trekken kunnen bedrijven nog meer inzetten op landingsbanen en werkbaar en wendbaar werk', klinkt het. Vervolg