Doorgaan naar hoofdcontent

Aanvullende premie voor kunstenaars

Met de CAO van 3 december 2008 werd de aanvullende premie voor kunstenaars vastgelegd: met ingang van 1 januari 2008 wordt voor kunstenaars (die als dusdanig zijn aangegeven bij de RSZ onder werknemerscode 46) die tewerkgesteld zijn bij een structureel gesubsidieerde werkgever een aanvullende premie ingevoerd. Deze premie varieert naargelang het de leeftijd van de kunstenaar: hoe ouder de kunstenaar, hoe hoger de premie.

De premieberekening zelf is gebaseerd op het verdiende brutoloon in de betreffende periode. De financiering van deze aanvullende premie gebeurt door de Vlaamse Minister van Cultuur. Voor 2008 en 2009 bedroeg dit telkens € 500.000 bruto, te verdelen over alle betrokken kunstenaars. Voor de prestaties van 2008 zullen meer dan 2.100 kunstenaars een extra premie op hun pensioenreserves gestort krijgen.

De aanvullende premie zal terug te vinden zijn op de jaarlijkse fiche die Ethias aan elke begunstigde van het reguliere sectorale pensioen verstuurt.



Ben je kunstenaar en lever je artistieke prestaties, sta er dan op dat je werkgever je prestaties ook op die manier doorgeeft aan het sociaal secretariaat (werknemerscode 46). Zoniet zullen deze prestaties niet in aanmerking komen voor de berekening van deze aanvullende premie.

Populaire posts van deze blog

Kosten vergrijzing wegen almaar zwaarder door: toekomstige regering wacht lastige taak om oplossing te vinden

Waar uitkeringen, gezondheidszorg of pensioenen vandaag ruim een vierde van onze gezamenlijk geproduceerde welvaart opeisen, zal dat tegen 2070 al een derde zijn. En dat is voor het overgrote deel te wijten aan de vergrijzing van onze bevolking. Dat blijkt uit het nieuwe jaarrapport van de Studiecommissie voor de Vergrijzing. En zo weten de regeringsonderhandelaars nog eens duidelijk wat hen te doen staat. Vervolg VRT Rapport Studiecommissie voor de Vergrijzing

Is het waar dat de jonge leraars 400 à 600 euro per maand minder pensioen zullen krijgen? - DeWereldMorgen.be

Steeds verder gaat de federale regering in de afbraak van het wettelijk pensioen, zowel voor de werknemers uit de privé als voor de ambtenaren. De uitstapleeftijd neemt toe en het pensioenbedrag neemt af. Ook de sector onderwijs deelt in de klappen. “Weinig sectoren zijn zo zwaar getroffen door de pensioenhervormingen als het onderwijs. Leerkrachten die aan het begin van hun loopbaan staan, zullen vijf tot acht jaar langer moeten werken en als alle geplande maatregelen uitgevoerd worden, zullen ze maar liefst 400 à 600 euro netto per maand minder pensioen krijgen”. Dat schrijven 25 delegees van zes Vlaamse en Franstalige onderwijsvakbonden in een Opinie/Carte Blanche die o.a. verscheen in “Le Vif” (4 december 2017) en op “De Wereld Morgen” (14 december). Zo begint ook een Petitie tegen de afbraak van het onderwijspensioen. Stemmen de hallucinante cijfers die in de Opinie en in de Petitie vermeld worden, met de werkelijkheid overeen? Is het waar dat de jonge leraars 400 à 600 eu...