Doorgaan naar hoofdcontent

De pensioenbijdragen voor de vastbenoemde personeelsleden in het jaar 2011

Voor de plaatselijke besturen van pool 1 bedraagt het percentage voor de pensioenbijdrage 32% vanaf 1 januari 2011. Voor pool 2 wordt het percentage vastgesteld op 40%.

Het percentage van de pensioenbijdrage die is verschuldigd voor de financiering van het gemeenschappelijk pensioenstelsel van de plaatselijke besturen (=pool 1), werd voor het jaar 2011 vastgesteld op 32,00%.
De werknemersbijdrage bedraagt 7,5% en de werkgeversbijdrage 24,5%.

Het percentage van de bijdragevoet voor het pensioenstelsel van de nieuwe bij de Rijksdienst aangeslotenen (=pool 2) is vastgesteld op 40,00%.
De werknemersbijdrage bedraagt hier 7,50% en de werkgeversbijdrage 32,5%.

Voor de besturen die zich vanaf 1 januari 2011 aansluiten bij pool 2, worden de lopende rust- en overlevingspensioenen overgenomen, en dit ten belope van maximaal 47,5% van de loonmassa van de vastbenoemde personeelsleden.

Populaire posts van deze blog

Kosten vergrijzing wegen almaar zwaarder door: toekomstige regering wacht lastige taak om oplossing te vinden

Waar uitkeringen, gezondheidszorg of pensioenen vandaag ruim een vierde van onze gezamenlijk geproduceerde welvaart opeisen, zal dat tegen 2070 al een derde zijn. En dat is voor het overgrote deel te wijten aan de vergrijzing van onze bevolking. Dat blijkt uit het nieuwe jaarrapport van de Studiecommissie voor de Vergrijzing. En zo weten de regeringsonderhandelaars nog eens duidelijk wat hen te doen staat. Vervolg VRT Rapport Studiecommissie voor de Vergrijzing

Gemiddelde pensioenleeftijd blijft steken op 63 jaar

De werkelijke gemiddelde pensioenleeftijd van de Belgen blijft liggen op 63 jaar en bijna 4 maanden, ondanks de ambities van de overheid om de Belg langer te laten werken. Dat stelt het hr-dienstenbedrijf Acerta op basis van gegevens van 260.000 werknemers. 'De cijfers tonen aan dat de Belg met vervroegd pensioen blijft gaa n zodra het kan. Om de reële pensioenleeftijd op te trekken kunnen bedrijven nog meer inzetten op landingsbanen en werkbaar en wendbaar werk', klinkt het. Vervolg