Doorgaan naar hoofdcontent

Vrij aanvullend pensioen zelfstandigen … niet vergeten !

Het VAPZ is een interessante spaarvorm die al wel eens vergeten wordt. Ten onrechte. Het relatief beperkte bedrag zit hier mogelijk voor iets tussen. Het vrij aanvullend pensioen zelfstandigen is immers volledig aftrekbaar in de personenbelasting en geeft een besparing in de hoogste belastingsschijf. Het wordt aanzien als een sociale zekerheidsbijdrage. Dit betekent dan ook dat voor een bedrijfsleider zijn forfaitaire kostenaftrek niet negatief beïnvloed wordt. Daarnaast verlagen de gestorte VAPZ-premies het netto belastbaar inkomen. Wat maakt dat voor de berekening van de sociale bijdragen die drie jaar later moeten worden betaald deze ook verlaagd worden.

Deze vorm van pensioenopbouw kan ook gecombineerd worden met een IPT (individuele pensioentoezegging) voor wie met een vennootschap werkt. Vaak onttrekt de bedrijfsleider een bezoldiging aan zijn vennootschap en in functie hiervan voorziet de vennootschap een pensioenbedrag dmv het betalen van de nodige IPT-premies. Let wel dat wat de IPT betreft er een maximum bestaat, nl de zogenaamde 80%-regel. Kortom wie via de vennootschap zulk een pensioenopbouw voorziet, moet in de berekening ook rekening houden met het VAPZ. M.a.w. de combinatie van beide is mogelijk, maar de grootte van de IPT wordt er mee door beïnvloed. Toch blijft het VAPZ interessant.

De premies VAPZ zijn immers niet onderworpen aan de 4,4 % verzekeringstaks die van toepassing is op sommige andere verzekeringspremies waaronder de IPT. De bijdragen VAPZ variëren tussen minimaal 1 % en maximaal 8,17 % (of 9,40% indien sociaal-VAPZ) van het (geherwaardeerde) netto-beroepsinkomen van de zelfstandige. Dit is dezelfde basis waarop de sociale zekerheidsbijdragen berekend worden. Er geldt een absoluut maximum van 2 781,06 EUR voor inkomstenjaar 2010. Artsen, tandartsen, apothekers, … kunnen kiezen voor een sociaal-VAPZ. Dit betekent dat zij enerzijds 15 % meer mogen storten maar anderzijds dat 10% van de premies gekoppeld zijn aan een solidariteitsluik. Maximum bedraagt dan 3.199,76 EUR.

De eindtaxatie van het VAPZ is zeer gunstig. Op het ogenblik van de betaling op de pensioenleeftijd wordt het kapitaal omgezet in een zogenaamde fictieve rente. Deze rente schommelt tussen 3,50 % en 5 % afhankelijk van de leeftijd waarop men met pensioen gaat. Deze fictieve rente wordt gedurende een periode van maximum 10 jaar (als de omzettingscoëfficiënt 5 % bedraagt) of 13 jaar (als de omzettingscoëfficiënt lager is dan 5 %). Deze fictieve rente wordt wel gezamenlijk belast, maw hij wordt bijgeteld bij het pensioen. Maar vermits men meestal op moment van de uitkering een laag pensioen als zelfstandige ‘geniet’ wordt men de facto weinig of zelfs niet belast.

Trouwens het generatiepact van 2005 heeft ook hier een wijziging aangebracht. Voor wie tot zijn 65 jaar effectief actief blijft, wordt de berekeningsbasis voor de fictieve rente bijkomend verlaagd. Het basiskapitaal wordt maar voor 80% in de berekening opgenomen te worden i.p.v.100%.

Populaire posts van deze blog

Kosten vergrijzing wegen almaar zwaarder door: toekomstige regering wacht lastige taak om oplossing te vinden

Waar uitkeringen, gezondheidszorg of pensioenen vandaag ruim een vierde van onze gezamenlijk geproduceerde welvaart opeisen, zal dat tegen 2070 al een derde zijn. En dat is voor het overgrote deel te wijten aan de vergrijzing van onze bevolking. Dat blijkt uit het nieuwe jaarrapport van de Studiecommissie voor de Vergrijzing. En zo weten de regeringsonderhandelaars nog eens duidelijk wat hen te doen staat. Vervolg VRT Rapport Studiecommissie voor de Vergrijzing

Is het waar dat de jonge leraars 400 à 600 euro per maand minder pensioen zullen krijgen? - DeWereldMorgen.be

Steeds verder gaat de federale regering in de afbraak van het wettelijk pensioen, zowel voor de werknemers uit de privé als voor de ambtenaren. De uitstapleeftijd neemt toe en het pensioenbedrag neemt af. Ook de sector onderwijs deelt in de klappen. “Weinig sectoren zijn zo zwaar getroffen door de pensioenhervormingen als het onderwijs. Leerkrachten die aan het begin van hun loopbaan staan, zullen vijf tot acht jaar langer moeten werken en als alle geplande maatregelen uitgevoerd worden, zullen ze maar liefst 400 à 600 euro netto per maand minder pensioen krijgen”. Dat schrijven 25 delegees van zes Vlaamse en Franstalige onderwijsvakbonden in een Opinie/Carte Blanche die o.a. verscheen in “Le Vif” (4 december 2017) en op “De Wereld Morgen” (14 december). Zo begint ook een Petitie tegen de afbraak van het onderwijspensioen. Stemmen de hallucinante cijfers die in de Opinie en in de Petitie vermeld worden, met de werkelijkheid overeen? Is het waar dat de jonge leraars 400 à 600 eu...