Doorgaan naar hoofdcontent

Aanvullende pensioenen bij detachering

Aanvullende pensioenplannen moeten in België voldoen aan de wet inzake aanvullende pensioenen van 28 april 2003 (de "WAP"). Deze wet is van "dwingend recht", wat betekent dat de pensioenplannen die in België van toepassing zijn, niet van de bepalingen van de WAP kunnen afwijken.

Wat nu in geval van detachering van werknemers naar België? De wet van 5 maart 2002 bepaalt immers strikt genomen dat de werknemers die naar België worden gedetacheerd onderworpen zijn aan bijna alle regels van dwingend (arbeids)recht. Een toepassing van deze wet zou tot gevolg hebben dat het pensioenplan van een gedetacheerde werknemer dient te voldoen aan de regels van de WAP.

Artikel 108 van de WAP voorziet echter dat werknemers die tijdelijk naar België gedetacheerd worden in de zin van de bepalingen van de Europese Verordening nr. 1408/71 (zgn. "inbounds"), uitgesloten zijn van het toepassingsgebied van de WAP. Dit betekent dat het aanvullend pensioenplan dat van toepassing is op de werknemers die vanuit een andere lidstaat van de Europese Economische Ruimte (EER) naar België gedetacheerd worden niet moet voldoen aan de regels van de WAP. Dit uiteraard voor zover aan de detacheringsregels van Verordening nr. 1408/71 is voldaan. Dit betekent in het bijzonder dat de werknemer over een E101-formulier beschikt. Naast de 27 lidstaten van de Europese Unie zijn Noorwegen, Ijsland en Liechtenstein lid van de EER.

Artikel 108 van de WAP betreft de omzetting van de Richtlijn(1) betreffende de bescherming van de rechten op aanvullend pensioen. Deze richtlijn voorziet uitdrukkelijk dat werknemers die tijdelijk in een andere lidstaat van de EER dan die van hun werkgever gaan werken, de financiering van hun initieel pensioenplan moeten kunnen blijven voortzetten gedurende de periode van de detachering. Dit wil zeggen dat ook werknemers die vanuit België tijdelijk naar een lidstaat van de EER worden gedetacheerd ("outbounds") verder aangesloten blijven bij de aanvullende pensioenregeling van hun Belgische werkgever.

Bovenstaande regeling blijft verder gelden nu de nieuwe Europese Verordening nr. 883/04 op 1 mei 2010 in werking is getreden. Immers, de nieuwe verordening bepaalt uitdrukkelijk dat elke verwijzing naar Verordening nr. 1408/71 moet worden gelezen als een verwijzing naar Verordening nr. 883/04. Bijgevolg moet de verwijzing naar de Verordening nr. 1408/71 in artikel 108 van de WAP eveneens gelezen worden als een verwijzing naar de Verordening nr. 883/04.

Populaire posts van deze blog

Kosten vergrijzing wegen almaar zwaarder door: toekomstige regering wacht lastige taak om oplossing te vinden

Waar uitkeringen, gezondheidszorg of pensioenen vandaag ruim een vierde van onze gezamenlijk geproduceerde welvaart opeisen, zal dat tegen 2070 al een derde zijn. En dat is voor het overgrote deel te wijten aan de vergrijzing van onze bevolking. Dat blijkt uit het nieuwe jaarrapport van de Studiecommissie voor de Vergrijzing. En zo weten de regeringsonderhandelaars nog eens duidelijk wat hen te doen staat. Vervolg VRT Rapport Studiecommissie voor de Vergrijzing

Gemiddelde pensioenleeftijd blijft steken op 63 jaar

De werkelijke gemiddelde pensioenleeftijd van de Belgen blijft liggen op 63 jaar en bijna 4 maanden, ondanks de ambities van de overheid om de Belg langer te laten werken. Dat stelt het hr-dienstenbedrijf Acerta op basis van gegevens van 260.000 werknemers. 'De cijfers tonen aan dat de Belg met vervroegd pensioen blijft gaa n zodra het kan. Om de reële pensioenleeftijd op te trekken kunnen bedrijven nog meer inzetten op landingsbanen en werkbaar en wendbaar werk', klinkt het. Vervolg