Doorgaan naar hoofdcontent

NL : De vraag van 5 miljard: wat gaan de aandelen doen?

De pensioensector worstelt met de kwestie hoe hoog het rendement op aandelen is.

Tussen De Nederlandsche Bank (DNB) en de pensioensector gaapt een gat van circa 1,5 procent. Dit ogenschijnlijk kleine verschil heeft verstrekkende gevolgen. Als de pensioenfondsen met lagere rendementsprognoses moeten rekenen, zullen de pensioenpremies fors stijgen, vrezen werkgevers en werknemers.

Eind vorige week kwam een commissie onder voorzitterschap van Henk Don met een verdeeld advies over de rendementen waarmee pensioenfondsen hun premieberekeningen mogen maken. Don, de voormalig directeur van het Centraal Planbureau (CPB), en de vertegenwoordigers van DBN en CPB vinden dat fondsen het rendement op aandelen niet hoger dan 6 procent mogen inschatten.

7,25 procent
Werkgevers en werknemers die ook in de commissie zaten, verwachten dat aandelen op de langere termijn gemiddeld 7,25 procent opbrengen.

Volgens de Stichting van de Arbeid (Star), het overlegorgaan van werkgevers en vakbonden, kunnen de premies met 5 miljard euro stijgen als de pessimisten de overhand krijgen. Een aderlating voor werkgevers en werknemers die samen al jaarlijks zo’n 23 miljard aan premies kwijt zijn.

Graadmeter
Voorzitter Don en vertegenwoordigers van DNB en CPB geloven niet dat in het verleden behaalde beleggingsresultaten een goede graadmeter zijn voor toekomstige rendementen. Dat aandelen het de afgelopen vijftig jaar zo goed deden, is te danken aan de technologische vooruitgang, stijging van de productiviteit en integratie van de financiële markten. Incidentele factoren, volgens Don.

De vertegenwoordigers van werkgevers en bonden kijken naar het rendement op aandelen sinds 1900. Die periode is volgens hen lang genoeg.

De pensioensector vraagt zich af wat minister Donner van Sociale Zaken precies gaat doen met het verdeelde advies. ‘Hij heeft alleen aangegeven dat de fondsen bij het berekenen van de premie voor volgend jaar mogen uitgaan van de huidige parameters’, zegt Gerard Riemen, directeur van de Vereniging van Bedrijfstakpensioenfondsen. Zo’n 70 procent van de werknemers bouwt pensioen op bij bedrijfstakpensioenfondsen zoals ABP en Zorg & Welzijn.

Onzekerheid
Riemen vindt dat de werkwijze van Donner leidt tot onzekerheid. ‘De minister moet de parameters voor volgend jaar nog naar de Kamer sturen. We weten nog niet of hij bepaalde percentages van de commissie-Don gaat overnemen. Als hij dat doet, moeten fondsen met verschillende percentages werken.’

Riemen, bonden en werkgevers zien het liefst dat Donner het hele debat over percentages doorschuift in afwachting van de uitkomsten van een aantal commissies die zich verdiepen in het pensioenstelsel. ‘Laten we het niet te moeilijk maken’, zegt Riemen. ‘Als als die onderzoeken zijn gedaan dan kan Donner in het komend voorjaar nieuwe percentages bepalen die gebruikt kunnen worden bij het vaststellen van de premies voor 2011.’


Populaire posts van deze blog

Kosten vergrijzing wegen almaar zwaarder door: toekomstige regering wacht lastige taak om oplossing te vinden

Waar uitkeringen, gezondheidszorg of pensioenen vandaag ruim een vierde van onze gezamenlijk geproduceerde welvaart opeisen, zal dat tegen 2070 al een derde zijn. En dat is voor het overgrote deel te wijten aan de vergrijzing van onze bevolking. Dat blijkt uit het nieuwe jaarrapport van de Studiecommissie voor de Vergrijzing. En zo weten de regeringsonderhandelaars nog eens duidelijk wat hen te doen staat. Vervolg VRT Rapport Studiecommissie voor de Vergrijzing

Is het waar dat de jonge leraars 400 à 600 euro per maand minder pensioen zullen krijgen? - DeWereldMorgen.be

Steeds verder gaat de federale regering in de afbraak van het wettelijk pensioen, zowel voor de werknemers uit de privé als voor de ambtenaren. De uitstapleeftijd neemt toe en het pensioenbedrag neemt af. Ook de sector onderwijs deelt in de klappen. “Weinig sectoren zijn zo zwaar getroffen door de pensioenhervormingen als het onderwijs. Leerkrachten die aan het begin van hun loopbaan staan, zullen vijf tot acht jaar langer moeten werken en als alle geplande maatregelen uitgevoerd worden, zullen ze maar liefst 400 à 600 euro netto per maand minder pensioen krijgen”. Dat schrijven 25 delegees van zes Vlaamse en Franstalige onderwijsvakbonden in een Opinie/Carte Blanche die o.a. verscheen in “Le Vif” (4 december 2017) en op “De Wereld Morgen” (14 december). Zo begint ook een Petitie tegen de afbraak van het onderwijspensioen. Stemmen de hallucinante cijfers die in de Opinie en in de Petitie vermeld worden, met de werkelijkheid overeen? Is het waar dat de jonge leraars 400 à 600 eu...