Na de beursmalaise van afgelopen jaar hopen pensioenfondsen op flinke koersstijgingen van de aandelenbeurzen. Deelnemers in een pensioenfonds moeten echter niet te snel juichen: 20% van de winst van uw pensioenfonds verdwijnt geregeld in de zakken van fondsbeheerders: de zogenaamde perfomance fee.
"Ze zijn me een doorn in het oog", zegt vakbondsman, pensioenbestuurder en binnenkort zelfstandig pensioenadviseur Dick van Haaster (57).
De performance fee is een geaccepteerde vergoeding geworden, die we vooral kennen van hedgefunds. Het is een prestatiebeloning voor de fondsmanager.
Een performance fee werkt als volgt: vooraf wordt een benchmark (beleggingsdoel) vastgesteld, bijvoorbeeld een rendement van 10%. Mocht het resultaat beter zijn - in beleggingstermen: mocht er sprake van outperformance zijn - dan is niet zelden 20% van die outperformance voor de fondsbeheerder. Dit is Van Haaster tegen het zere been.
Hij legt uit: "Het kwalijke aan dit soort beloningen is dat het risico onevenredig verdeeld is. Bij goede prestaties verdwijnt een groot deel van de winsten voor de neus van de gepensioneerden, omdat dat in de vorm van beloningen aan de fondsbeheerder wordt toegekend. Bij slechte prestaties is het risico echter geheel voor de pensioenfondsen en hun deelnmers, u en ik dus."
Bovendien zet het stelsel, en dat is volgens de oud vakbondsman het allerergste, aan tot het overmatig nemen van risico's, juist om die outperformance te genereren. Immers, als de gok goed afloopt, realiseert de fondsbeheerder zijn outperformance van de doelstelling, en kan een flinke bonus vangen. Als het mislukt, gaat het motto op: niet geschoten is altijd mis.
"Ik ben stomverbaasd dat pensioenfondsbesturen dit soort contracten überhaupt in overweging nemen. Of dat vermogensbeheerders die voor pensioenfondsen werken, niet eens toestemming voor dit soort constructies vragen."
De gepensioneerden kunnen overigens niet makkelijk zien of hun pensioenfonds dit soort deals afsluit. Zij moeten hun stem laten horen via vakbonden of deelnemersraden.
Van Haaster was zelf zes jaar lang actief als voorzitter van FNV Bouw. Voor de vakbond zat hij in diverse pensioenfondsbesturen. Binnenkort wil hij munt gaan slaan uit zijn pensioenexpertise, door als zelfstandig adviseur voor met name pensioenfondsen en toezichthouders aan de slag te gaan. "Want zoals gezegd, die kunnen wel wat advies gebruiken. Ze kunnen er vandaag de dag niet meer mee weg komen iets 'zogenaamd' niet te hebben geweten."
Aow
De oud vakbondsman heeft voor onze lezers ook nog een kort woord over de actuele aow-discussie: nu het kabinet van plan is de aow-leeftijd naar 67 jaar te tillen, vreest Van Haaster een nieuwe kloof tussen arm en rijk. "Iedereen die het kan betalen, gaat wellicht eerder met pensioen, de gewone man, die dat niet kan, moet misschien wel tot zijn 65e of 67e doorwerken."
Desgevraagd heeft de vakbondsman ook nog wel wat advies in petto. "Ik heb uit de bouw geleerd, dat mensen eerder met pensioen kunnen omdat ze daarvoor wíllen en kúnnen betalen. Werkgevers hebben nu behoefte aan een maximum pensioenpremie, maar dat is altijd een rekbaar begrip gebleken. Als werknemers tijdig willen stoppen, moet de prijs daarvoor betaald worden. Waarom zou daarvoor in de komende jaren niet een stukje van de economische groei besteed mogen worden?"
Volgens hem is de toekomstige pensioendiscussie niet zozeer móeten we tot ons 67e werken, maar wíllen we dat. Speciale aandacht vraagt Van Haaster voor de vele zzp'ers, met name in de bouw, die hun pensioenzaken relatief slecht geregeld hebben. "Die moeten er echt goed over gaan nadenken tot hoelang ze willen doorwerken en wat ze daarvoor opzij moeten zetten. Dat betekent inderdaad dat je het tijdens je werkzame leven wat minder breed kunt laten hangen."
Herstel
Veel pensioenfondsen zijn druk bezig met het uitvoeren van een herstelplan, omdat hun dekkingsgraad onder de wettelijke 105% is gezakt. Daarover zegt Van Haaster: "Het is duidelijk dat de regels te streng worden toegepast. Het gaat om geld dat je misschien pas over 40 jaar nodig hebt. Om dat dan uit te kunnen keren heb je 100% dekking nodig, maar je moet nu al 120% aanhouden. Terwijl de dekkingsgraden door de beursstijging alweer in de lift zitten. Zonder iets te doen. Het is duidelijk dat overreacting op de loer ligt."