Vraag van de heer volksvertegenwoordiger Luc Goutry:Meewerkende echtgenoten kunnen vóór 2010 en tegen betaling hun pensioenloopbaan uitbreiden met extra jaren. Het gaat dan om jaren gelegen vóór de inwerkingtreding van het maxistatuut, dus om jaren vóór 1 januari 2003.Dank zij deze maatregel kunnen vooral vrouwen (50-plussers) die jarenlang hun ....
Vraag
Ik verwijs naar uw antwoord op mijn vraag nr. 94 van 16 april 2009 (Vragen en Antwoorden, Kamer, 2008-2009, nr. 63, blz. 274.) U heeft zich voorstander getoond van een verruiming van de mogelijkheid tot inkoop van ontbrekende pensioenjaren voor de meewerkende echtgenoot. Volgens u kunnen ook personen die ondertussen uit de echt gescheiden zijn en die vroeger hun zelfstandige echtgenoot geholpen hebben, in de door artikel 36 Pensioenreglement zelfstandigen gestelde voorwaarden, gebruik kunnen maken van het inkooprecht. Bij nader inzien denk ik dat een en ander in de praktijk moeilijk te rijmen valt. Zo stelt de regeling waarnaar u in uw antwoord verwijst (te weten artikel 36, § 7 van het koninklijk besluit van 22 december 1967 houdende algemeen reglement betreffende het rust- en overlevingspensioen der zelfstandigen (ARP)) op expliciete wijze dat de geglobaliseerde inkomsten van de echtgenoten in het jaar van de aanvraag tot inkoop een bepaald bedrag niet mogen overschrijden (thans 15.000 euro). Dit betekent concreet bijvoorbeeld dat een in 2004 uit de echt gescheiden vrouw, die anno 2009 een aanvraag tot inkoop doet, pas haar aanvraag ingewilligd zal zien wanneer de som van haar actuele inkomen 2009 plus het inkomen 2009 van haar ex, niet hoger ligt dan 15.000 euro. 1. Mijn vraag is of het eigenlijk niet de bedoeling was dat het referte-inkomen voor de inkoop, het gezamenlijke inkomen moet zijn van de beide echtgenoten in het jaar dat men wil inkopen, in plaats van het inkomen in het jaar van de aanvraag? 2. Heeft men trouwens voor een inkoopaanvraag anno 2009 al zicht op zelfstandige inkomsten 2009 waarvan men aanneemt dat ze doorgaans pas na drie jaar (rond 2011-2012) definitief bekend zijn? 3. Neemt het RSVZ in zulk geval dan voorlopige beslissingen? 4. Geeft de tekst van het koninklijk besluit wel de oorspronkelijke bedoeling weer? 5. In de rand van dit probleem zou men zich trouwens ook de vraag kunnen stellen of men in het kader van de privacywet, rechtstreeks of onrechtstreeks, zomaar inkomstengegevens mag bekend maken van een ex, inkomsten die betrekking hebben op een periode van na de echtscheiding, wetende dat zulks zeer delicaat kan zijn bij alimentatiekwesties? Dit aspect op zich laat me inderdaad veronderstellen dat het de bedoeling moet geweest zijn als referte-inkomen enkel het inkomen te nemen met betrekking tot het in te kopen jaar. 6. De geciteerde onkomstenvereiste van artikel 36, § 7 ARP is naar mijn mening ook moeilijk verzoenbaar met uw visie dat er ook een mogelijkheid tot inkoop is voor wie vroeger meehielp als meewerkende echtgenoot, maar die ondertussen bijvoorbeeld werkneemster geworden is in de onderneming en die dus juridisch beschouwd geen meewerkende echtgenoot meer is. In dat geval zou u dus de inkomsten van de zelfstandige voor het jaar van de aanvraag (netto) samenvoegen met de inkomsten als werkneemster (bruto). Wat is uw mening hieromtrent?
Antwoord
1. Een van de voorwaarden om een gelijkstelling met een periode van bezigheid te bekomen (voor de meewerkende echtgenoten die hun pensioenloopbaan willen uitbreiden met extra jaren) is een inkomensvoorwaarde, die bepaald wordt in artikel 36, § 7 van het koninklijk besluit van 22 december 1967 houdende algemeen reglement betreffende het rust- en overlevingspensioen der zelfstandigen. Samengevat komt het erop neer dat de gelijkstellingen enkel kunnen worden toegekend wanneer de referte-inkomsten van zowel de geholpen zelfstandige als de meewerkende echtgenoot niet meer dan 15.000 EUR (aan te passen volgens de schommelingen van het indexcijfer aan de consumptieprijzen) samen bedragen. Men dient dus niet de inkomsten van het jaar van de aanvraag zelf in aanmerking te nemen, maar wel de inkomsten die als basis dienen voor de berekening van de sociale bijdragen voor het jaar van de aanvraag, zijnde in principe de inkomsten van 3 jaar terug. Wanneer iemand bijvoorbeeld in 2009 dergelijke aanvraag indient dan moet er rekening gehouden worden met de inkomsten van 2006 van zowel de geholpen zelfstandige als van de meewerkende echtgenoot en niet met de inkomsten van 2009. 2-3. Zoals hierboven reeds gesteld, dient voor een aanvraag in 2009 gekeken te worden naar de inkomsten van het jaar 2006 (de beroepsinkomsten die als basis dienen voor de berekening van de sociale bijdragen voor het jaar gedurende hetwelk de aanvraag tot gelijkstelling wordt ingediend). De inkomsten van 2006 zijn reeds gekend zodat er geen voorlopige beslissingen moeten worden genomen. 4-5-6 Artikel 36, § 7 van het koninklijk besluit van 22 december 1967 houdende algemeen reglement betreffende het rust- en overlevingspensioen der zelfstandigen, zoals het in zijn huidige vorm voorligt, kan inderdaad aanleiding geven tot toepassingsproblemen, waarbij u er een aantal citeert in uw vraag. Ik vraag mijn administratie te analyseren of het opportuun is in dergelijke gevallen te verwijzen naar de inkomsten van het jaar waarvoor de gelijkstelling wordt gevraagd.
Jobaanbiedingen mogelijk dankzij :
Jobaanbiedingen mogelijk dankzij :
Jobaanbiedingen mogelijk dankzij :