Doorgaan naar hoofdcontent

Wet maakt einde aan woekerpensioen

Tweede-Kamerlid Pieter Omtzigt (CDA) heeft mede namens Hans Spekman (PvdA) op 14 april een voorstel tot wetswijziging ingediend om de zogenaamde ‘woekerpensioenen’ aan banden te leggen. Het gaat bij woekerpensioenen om individuele beschikbare-premieregelingen, veelal verzorgd door verzekeringsmaatschappijen, waarbij gedurende de eerste jaren dermate hoge kosten worden aangerekend dat deelnemers nauwelijks pensioen opbouwen.

Doordat de bulk van de kosten in de eerste jaren wordt verhaald, zijn mensen die regelmatig van baan veranderen extra in het nadeel.

Met name het midden- en kleinbedrijf en nieuwe industrieën zoals de ICT-branche worden door pensioenverzekeraars excessieve vergoedingen aangerekend voor de pensioenopbouw van hun werknemers. Volgens Omtzigt werd bij sommige werknemers de helft van de inleg voor kosten gebruikt.

Het wetsvoorstel van het CDA schrijft voor dat de kosten voor de pensioenregeling gelijkmatig over de hele looptijd in rekening gebracht dienen te worden. De bedoeling is om werknemers met een beschikbare-premieregeling (ook wel ‘individueel DC’ genoemd) zo te vrijwaren van al te hoge pensioenkosten.

Omtzigt: “Bij kleine bedrijven en nieuwe bedrijfstakken speelt dit punt nadrukkelijk. Ook daar moet de wet bescherming bieden aan werknemers tegen excessieve kosten.”

De wetswijziging is unaniem aangenomen.

Populaire posts van deze blog

Kosten vergrijzing wegen almaar zwaarder door: toekomstige regering wacht lastige taak om oplossing te vinden

Waar uitkeringen, gezondheidszorg of pensioenen vandaag ruim een vierde van onze gezamenlijk geproduceerde welvaart opeisen, zal dat tegen 2070 al een derde zijn. En dat is voor het overgrote deel te wijten aan de vergrijzing van onze bevolking. Dat blijkt uit het nieuwe jaarrapport van de Studiecommissie voor de Vergrijzing. En zo weten de regeringsonderhandelaars nog eens duidelijk wat hen te doen staat. Vervolg VRT Rapport Studiecommissie voor de Vergrijzing

Gemiddelde pensioenleeftijd blijft steken op 63 jaar

De werkelijke gemiddelde pensioenleeftijd van de Belgen blijft liggen op 63 jaar en bijna 4 maanden, ondanks de ambities van de overheid om de Belg langer te laten werken. Dat stelt het hr-dienstenbedrijf Acerta op basis van gegevens van 260.000 werknemers. 'De cijfers tonen aan dat de Belg met vervroegd pensioen blijft gaa n zodra het kan. Om de reële pensioenleeftijd op te trekken kunnen bedrijven nog meer inzetten op landingsbanen en werkbaar en wendbaar werk', klinkt het. Vervolg