Doorgaan naar hoofdcontent

Verhoging van het gemiddeld maandelijks minimuminkomen bevestigd door de NAR

De tweede verhoging van het gemiddeld maandelijks miniuminkomen met 25 euro per maand, die van toepassing is op alle leeftijdscategorieën, heeft ook gevolgen op het vlak van de sociale bijdragen. De verhoging leidt immers tot een verlaging van de structurele vermindering van de sociale lasten voor de werkgevers en van de werkbonus voor de werknemers. Er zijn ook andere gevolgen.

Plus 25 euro op 1 oktober 2008
De sociale partners hebben vorige vrijdag 10 oktober de collectieve arbeidsovereenkomst nr. 43undecies afgesloten en zo de tweede verhoging (+ 25 euro) van het niveau van het gemiddeld maandelijks minimuminkomen (GMMI) bevestigd. Deze verhoging is van toepassing op elke leeftijdsgroep van de overeenkomst.

Gevolgen op het vlak van de sociale-zekerheidsbijdragen
De Nationale Arbeidsraad heeft ook een advies uitgebracht om de gevolgen van deze tweede verhoging zowel op het vlak van de patronale als van de persoonlijke sociale-zekerheidsbijdragen in kaart te brengen.

De verhoging van het GMMI brengt immers een verlaging van de structurele vermindering van de sociale lasten (voor de werkgevers) en van de werkbonus[1] (voor de werknemers) met zich mee.

Om deze negatieve impact van de verhoging van het GMMI te vermijden, is het de bedoeling om:
- enerzijds, de coëfficient voor de berekening van de "lage-looncomponent" binnen de structurele vermindering vanaf het vierde kwartaal van 2008 opnieuw aan te passen. Een koninklijk besluit dat nog in ontwerp is zal deze aanpassing mogelijk maken;
- anderzijds, de werkbonus opnieuw te verhogen, zoals wij dit reeds hebben aangekondigd[2]. Een koninklijk besluit, dat eveneens nog in ontwerp is en dat al een positief advies heeft gekregen van het beheerscomité van de RSZ, moet de nieuwe parameters voor de berekening van de werkbonus nog vastleggen.
De sociale partners hebben gevraagd om dit met spoed af te handelen en deze twee koninklijke besluiten te laten ingaan met retroactief effect op 1 oktober 2008. Wij houden u uiteraard op de hoogte van zodra wij beschikken over al de nieuwe gegevens.

Andere gevolgen en nieuwe bedragen
De verhoging van het GMMI heeft ook een impact op de bedragen die van toepassing zijn op de industriële leerovereenkomsten en op de jongeren tewerkgesteld in het kader van een individuele beroepsopleiding of een beroepsinlevingsovereenkomst.

Populaire posts van deze blog

Kosten vergrijzing wegen almaar zwaarder door: toekomstige regering wacht lastige taak om oplossing te vinden

Waar uitkeringen, gezondheidszorg of pensioenen vandaag ruim een vierde van onze gezamenlijk geproduceerde welvaart opeisen, zal dat tegen 2070 al een derde zijn. En dat is voor het overgrote deel te wijten aan de vergrijzing van onze bevolking. Dat blijkt uit het nieuwe jaarrapport van de Studiecommissie voor de Vergrijzing. En zo weten de regeringsonderhandelaars nog eens duidelijk wat hen te doen staat. Vervolg VRT Rapport Studiecommissie voor de Vergrijzing

Gemiddelde pensioenleeftijd blijft steken op 63 jaar

De werkelijke gemiddelde pensioenleeftijd van de Belgen blijft liggen op 63 jaar en bijna 4 maanden, ondanks de ambities van de overheid om de Belg langer te laten werken. Dat stelt het hr-dienstenbedrijf Acerta op basis van gegevens van 260.000 werknemers. 'De cijfers tonen aan dat de Belg met vervroegd pensioen blijft gaa n zodra het kan. Om de reële pensioenleeftijd op te trekken kunnen bedrijven nog meer inzetten op landingsbanen en werkbaar en wendbaar werk', klinkt het. Vervolg