Doorgaan naar hoofdcontent

Rood, oranje en groen licht in het eindeloopbaanbeleid

Volgens de Stockholm doelstelling van 2001 moet tegen 2010 50% van de 55- tot en met 64-jarigen aan het werk. Om de realisaties inzake instroombevordering en uitstroombeperking op te volgen, is een goed meetsysteem nodig: een boordtabel of scorecard, zoals deze publicatie van het WSE Steunpunt. De auteurs stellen bitter weinig structurele vooruitgang vast, en met een werkzaamheidsgraad van 31% in België voor deze groep dringen drastische maatregelen zich op. Er is nog heel veel werk aan de winkel.


Lees het volledige rapport hier.

Het duurzaam verhogen van de werkzaamheid in de oudere leeftijdsgroepen – we kijken in wat volgt naar de vijftigplussers – mag met recht en reden tot finaal strategisch doel van het eindeloopbaanbeleid verheven worden. Om dit doel te realiseren, moet de aanwerving van oudere kandidaten gestimuleerd worden en de vervroegde uitstoot van oudere werknemers ingeperkt worden. Om de realisaties inzake instroombevordering en uitstroombeperking op te volgen, is een goed meetsysteem nodig: een boordtabel of ‘scorecard’ die de belangrijkste ken- en stuurgetallen in één schema samenbrengt en toelaat pro- en regressie op een gestandaardiseerde wijze op te volgen. In deze bijdrage stellen we zulke boordtabel voor, en schetsen we tevens de realisaties voor 2006-2007.

De boordtabel brengt de voornaamste drijfkrachten achter onze strategische doelstelling – het verhogen van de werkzaamheid bij de vijftigplussers – in kaart. Tevens wordt de verwachte relatie tussen drijfkracht en strategisch doel met een (+) of een (-) geïndiceerd. De boordtabel geeft aan dat op drie clusters van drijfkrachten moet worden ingewerkt: instroom, doorstroom en uitstroom. Het is immers pas wanneer de voortijdige uitstroom van oudere werknemers afgeremd wordt en/of de instroom van oudere kandidaten verhoogd wordt, dat de werkzaamheidsgraad zijn eigen autonome groeiritme kan overstijgen. Die instroom- en uitstroomevoluties worden op hun beurt beïnvloed door enkele drijfkrachten die we hier onder de noemer ‘doorstroom’ vatten: investeringen in loopbaan- en competentieontwikkeling (vermijden van scholingsconcentratie), de graad van arbeidsmobiliteit (vermijden van ervaringsconcentratie) en de werkbaarheid van jobs (verhoging van plezier in het werk, vermijden van stressrisico’s).

In dit dossier bespreken we eerst de globale evolutie in de werkzaamheidsgraad. Vervolgens nemen we de maat van elk van de in de boordtabel vermelde drijfkrachten. Waar mogelijk worden cijfers van 2007 gebruikt, waar het niet anders kan voor 2006. Om uitspraken te kunnen doen in termen van voor- of achteruitgang kijken we ook terug in de tijd, waar mogelijk tot aan de millenniumwissel.
Lees het volledige rapport hier.

Populaire posts van deze blog

Kosten vergrijzing wegen almaar zwaarder door: toekomstige regering wacht lastige taak om oplossing te vinden

Waar uitkeringen, gezondheidszorg of pensioenen vandaag ruim een vierde van onze gezamenlijk geproduceerde welvaart opeisen, zal dat tegen 2070 al een derde zijn. En dat is voor het overgrote deel te wijten aan de vergrijzing van onze bevolking. Dat blijkt uit het nieuwe jaarrapport van de Studiecommissie voor de Vergrijzing. En zo weten de regeringsonderhandelaars nog eens duidelijk wat hen te doen staat. Vervolg VRT Rapport Studiecommissie voor de Vergrijzing

Is het waar dat de jonge leraars 400 à 600 euro per maand minder pensioen zullen krijgen? - DeWereldMorgen.be

Steeds verder gaat de federale regering in de afbraak van het wettelijk pensioen, zowel voor de werknemers uit de privé als voor de ambtenaren. De uitstapleeftijd neemt toe en het pensioenbedrag neemt af. Ook de sector onderwijs deelt in de klappen. “Weinig sectoren zijn zo zwaar getroffen door de pensioenhervormingen als het onderwijs. Leerkrachten die aan het begin van hun loopbaan staan, zullen vijf tot acht jaar langer moeten werken en als alle geplande maatregelen uitgevoerd worden, zullen ze maar liefst 400 à 600 euro netto per maand minder pensioen krijgen”. Dat schrijven 25 delegees van zes Vlaamse en Franstalige onderwijsvakbonden in een Opinie/Carte Blanche die o.a. verscheen in “Le Vif” (4 december 2017) en op “De Wereld Morgen” (14 december). Zo begint ook een Petitie tegen de afbraak van het onderwijspensioen. Stemmen de hallucinante cijfers die in de Opinie en in de Petitie vermeld worden, met de werkelijkheid overeen? Is het waar dat de jonge leraars 400 à 600 eu...