Doorgaan naar hoofdcontent

Op 56 jaar op brugpensioen, na 40 jaar dienst

De NAR heeft een cao gesloten die vanaf 1 januari 2008 brugpensioen voorziet voor werknemers van 56 jaar met een loopbaan van 40 effectief gewerkte jaren. De cao heeft directe werking. Ze geldt voor de periode 2008-2009 en is verlengbaar.

Toepassingsgebied
De regeling geldt voor werknemers die in de periode van 1 januari 2008 tot en met 31 december 2009 worden ontslagen, maar niet om dringende reden. Deze werknemers moeten bovendien:

56 jaar of ouder zijn of worden in de periode van 1 januari 2008 tot 31 december 2009
bij de beëindiging van de arbeidsovereenkomst een beroepsverleden als loontrekkende van minstens 40 jaar hebben, en
78 dagen arbeidsprestaties (met volledige SZ-onderwerping of als leerling voor 1 september 1983) vóór de leeftijd van 17 jaar kunnen bewijzen.
Het einde van de opzegtermijn mag na 31 december 2009 liggen.

Gelijkgestelde periodes
Bij de berekening van het beroepsverleden van de werknemer die beroep doet op dit brugpensioenstelsel, moeten ook de gelijkgestelde dagen in de werkloosheidsreglementering in aanmerking genomen worden (ziekte, feestdagen, vakantie, inhaalrust, vorstverlet,…).

Het Wetsontwerp tot wijziging van het KB van 3 mei 2007 voegt hier volgende gelijkstellingen, voor maximaal 3 kalenderjaren, aan toe:

dagen van volledige werkloosheid
dagen van beroepsloopbaanonderbreking overeenkomstig de Herstelwet en met uitkeringen
dagen van onderbreking van de loopbaan om een kind jonger dan 6 jaar op te voeden, zonder uitkeringen
arbeidsprestaties in het kader van een leerprogramma
de periode van actieve dienst als dienstplichtige of als gewetensbezwaarde.
Het Wetsontwerp tot wijziging van het KB van 3 mei 2007 voorziet daarnaast dat voor alle brugpensioenstelsels de twee eerste jaren voltijds tijdskrediet zonder motief (op basis van CAO 77bis) niet worden gelijkgesteld. Deze uitsluiting geldt enkel voor periodes van voltijds tijdskrediet aangevat na 31 mei 2007.

Om de gelijkgestelde dagen voor deze 40-jarige loopbaan te bepalen, is een wijziging van het brugpensioen-KB nodig. Het wetsontwerp dat dit KB zal wijzigen, ligt klaar om gepubliceerd geworden.

CAO nr.17
Voor de aspecten die niet geregeld zijn door huidige CAO nr. 92, moeten we teruggrijpen naar de regels voorzien in CAO nr.17.

Populaire posts van deze blog

Kosten vergrijzing wegen almaar zwaarder door: toekomstige regering wacht lastige taak om oplossing te vinden

Waar uitkeringen, gezondheidszorg of pensioenen vandaag ruim een vierde van onze gezamenlijk geproduceerde welvaart opeisen, zal dat tegen 2070 al een derde zijn. En dat is voor het overgrote deel te wijten aan de vergrijzing van onze bevolking. Dat blijkt uit het nieuwe jaarrapport van de Studiecommissie voor de Vergrijzing. En zo weten de regeringsonderhandelaars nog eens duidelijk wat hen te doen staat. Vervolg VRT Rapport Studiecommissie voor de Vergrijzing

Is het waar dat de jonge leraars 400 à 600 euro per maand minder pensioen zullen krijgen? - DeWereldMorgen.be

Steeds verder gaat de federale regering in de afbraak van het wettelijk pensioen, zowel voor de werknemers uit de privé als voor de ambtenaren. De uitstapleeftijd neemt toe en het pensioenbedrag neemt af. Ook de sector onderwijs deelt in de klappen. “Weinig sectoren zijn zo zwaar getroffen door de pensioenhervormingen als het onderwijs. Leerkrachten die aan het begin van hun loopbaan staan, zullen vijf tot acht jaar langer moeten werken en als alle geplande maatregelen uitgevoerd worden, zullen ze maar liefst 400 à 600 euro netto per maand minder pensioen krijgen”. Dat schrijven 25 delegees van zes Vlaamse en Franstalige onderwijsvakbonden in een Opinie/Carte Blanche die o.a. verscheen in “Le Vif” (4 december 2017) en op “De Wereld Morgen” (14 december). Zo begint ook een Petitie tegen de afbraak van het onderwijspensioen. Stemmen de hallucinante cijfers die in de Opinie en in de Petitie vermeld worden, met de werkelijkheid overeen? Is het waar dat de jonge leraars 400 à 600 eu...