Doorgaan naar hoofdcontent

Een bonus voor je aanvullend pensioen

Bedrijven die bekommerd zijn om het pensioen van hun werknemers, trachten een winstbonus al wel eens uit te betalen onder de vorm van een extra storting voor het aanvullend pensioen van hun werknemers. Op die manier krijgt de werknemer het geld niet meteen in handen, maar wordt het in spaarpotje gestoken voor later. In het licht van de aanstormende vergrijzing en de oprukkende pensioenproblematiek is dat zeker geen dwaas idee.


Pensioenbonussen zijn juridisch en sociaal-rechtelijk het gemakkelijkst te realiseren als het gaat om collectieve pensioenbonussen. Dat betekent dat de bonus wordt toegekend aan een volledige categorie werknemers binnen een bedrijf. Die categorie moet duidelijk en objectief omschreven zijn. Het kan bijvoorbeeld gaan om de categorie bedienden, kaderleden, handelsvertegenwoordigers, enzovoort. (Para-)fiscaal bekeken zijn pensioenbonussen zeker de moeite waard. Op premies die gestort worden in een pensioenplan is enkel een patronale bijdrage van 8,86 % verschuldigd, te verhogen met een premietaks van 4,4 %. Zelfs al rekent de verzekeraar daarbovenop nog een instapkost aan van enkele procenten, alles bij elkaar worden pensioenbijdrages daarmee een stuk minder afgeroomd dan winstbonussen uitgekeerd onder de vorm van gewoon loon. Daarvan vloeit doorgaans ongeveer 70 % naar vadertje staat.

Op het vlak van personenbelasting moet je er echter wél rekening mee houden dat aan het einde van de rit nog een belastingheffing volgt op het opgebouwde pensioenkapitaal. Maar de tarieven die hiervoor gelden, zijn relatief mild. Inclusief de riziv- en solidariteitsbijdrage wordt gemiddeld ongeveer 22 % van het eindkapitaal afgeroomd door de fiscus.

Werknemers die pas met pensioen gaan op de wettelijke pensioenleeftijd krijgen hierop een korting van ongeveer 6,5 %.

Is het de bedoeling om een pensioenbonus uit te betalen voor slechts één individuele werknemer, dan kan dat onder de vorm van een 'individuele pensioentoezegging', vaak kortweg IPT genoemd. Onder bepaalde voorwaarden volgen die hetzelfde fiscale en parafiscale regime als collectieve pensioenbonussen. Die voorwaarden zijn echter relatief streng.

Ten eerste mag zo'n individueel extraatje enkel wanneer er in het bedrijf ook een collectief pensioenplan bestaat waarvan alle werknemers kunnen genieten. Verder moet het ook gaan om een occasionele bonus. En ten derde kan zo'n IPT nooit voor werknemers die drie jaar of minder van hun (brug)pensioen verwijderd zijn.

Noteer tenslotte dat ook voor collectieve pensioenbonussen de 80 %-regel van toepassing is en dat IPT-premies voor de werkgever maximaal fiscaal aftrekbaar zijn tot 1.980 euro per jaar en per werknemer (aanslagjaar 2008).

Populaire posts van deze blog

Kosten vergrijzing wegen almaar zwaarder door: toekomstige regering wacht lastige taak om oplossing te vinden

Waar uitkeringen, gezondheidszorg of pensioenen vandaag ruim een vierde van onze gezamenlijk geproduceerde welvaart opeisen, zal dat tegen 2070 al een derde zijn. En dat is voor het overgrote deel te wijten aan de vergrijzing van onze bevolking. Dat blijkt uit het nieuwe jaarrapport van de Studiecommissie voor de Vergrijzing. En zo weten de regeringsonderhandelaars nog eens duidelijk wat hen te doen staat. Vervolg VRT Rapport Studiecommissie voor de Vergrijzing

Gemiddelde pensioenleeftijd blijft steken op 63 jaar

De werkelijke gemiddelde pensioenleeftijd van de Belgen blijft liggen op 63 jaar en bijna 4 maanden, ondanks de ambities van de overheid om de Belg langer te laten werken. Dat stelt het hr-dienstenbedrijf Acerta op basis van gegevens van 260.000 werknemers. 'De cijfers tonen aan dat de Belg met vervroegd pensioen blijft gaa n zodra het kan. Om de reële pensioenleeftijd op te trekken kunnen bedrijven nog meer inzetten op landingsbanen en werkbaar en wendbaar werk', klinkt het. Vervolg