Doorgaan naar hoofdcontent

Groei sectorale plannen kleiner dan verwacht

In juli publiceerde de Commissie voor Bank-, Financie- en Assurantiewezen (CBFA) haar langverwachte verslag over de sectorale pensioenstelsels. Het verslag beschrijft de periode 2004/2005, soms aangevuld met de situatie op 1 januari 2007. Het levert een aantal interessante vaststellingen op:
• Eind 2005 bestonden er 13 sectorale stelsels, goed voor een tewerkstelling van 410.053 werknemers. Begin 2007 telde de CBFA er 20, met in totaal 633.350 werknemers. Vaak ging het om aanpassingen van bestaande stelsels. De 3 grootste paritaire comités - metaal, voeding en bouw - zijn goed voor 402.067 werknemers, hetzij 64 % van het totaal. De overige 17 paritaire comités stellen samen 231.463 werknemers tewerk.
• Sectorpensioenen blijken vooral een zaak van arbeiders. 13 van de 20 stelsels kwam tot stand in een paritair comité dat uitsluitend bevoegd is voor arbeiders, 3 in een paritair comité voor bedienden en 4 in een gemengd paritair comité.
• De werknemers met een sectoraal pensioenstelsel zijn overwegend mannen (86 %). Sectorale pensioenplannen komen immers veelal voor in sectoren met een typisch mannelijk profiel.
• De meerderheid van de sectorale stelsels is van het type vaste bijdragen. Het niveau van de bijdragen varieerde in 2004/2005 tussen 1 % en 1,5 %.
• De 2 grootste sectoren - metaal en bouw - opteerden voor een pensioenfonds (IBP),
daarom vertegenwoordigen de IBP’s 58 % van de betrokken werknemers. De meeste pensioenstelsels worden echter beheerd door een verzekeraar.
• 98 % van de arbeiders is tewerkgesteld in een paritair comité met een sociaal
pensioenstelsel tegenover 11 % van de bedienden.
• Het aantal sectorale pensioenplannen neemt langzaam toe, maar de verhoopte democratisering van de tweede pijler blijft voorlopig uit.

Het verslag staat op de website van de CBFA: www.cbfa.be onder de rubriek “Aanvullende pensioenen”.

bron: abvv

Populaire posts van deze blog

Kosten vergrijzing wegen almaar zwaarder door: toekomstige regering wacht lastige taak om oplossing te vinden

Waar uitkeringen, gezondheidszorg of pensioenen vandaag ruim een vierde van onze gezamenlijk geproduceerde welvaart opeisen, zal dat tegen 2070 al een derde zijn. En dat is voor het overgrote deel te wijten aan de vergrijzing van onze bevolking. Dat blijkt uit het nieuwe jaarrapport van de Studiecommissie voor de Vergrijzing. En zo weten de regeringsonderhandelaars nog eens duidelijk wat hen te doen staat. Vervolg VRT Rapport Studiecommissie voor de Vergrijzing

Gemiddelde pensioenleeftijd blijft steken op 63 jaar

De werkelijke gemiddelde pensioenleeftijd van de Belgen blijft liggen op 63 jaar en bijna 4 maanden, ondanks de ambities van de overheid om de Belg langer te laten werken. Dat stelt het hr-dienstenbedrijf Acerta op basis van gegevens van 260.000 werknemers. 'De cijfers tonen aan dat de Belg met vervroegd pensioen blijft gaa n zodra het kan. Om de reële pensioenleeftijd op te trekken kunnen bedrijven nog meer inzetten op landingsbanen en werkbaar en wendbaar werk', klinkt het. Vervolg