Op 31 maart 2011 keurde het Bureau van de Raad van de Gelijke Kansen voor Mannen en Vrouwen advies nr. 131 goed, betreffende de gevolgen van het arrest Test-Aankoop dat het Europees Hof van Justitie op 1 maart uitbracht. Met zijn advies verzoekt de Raad de federale regering en alle belanghebbende partijen erover te waken dat geen enkele verzekeringsmaatschappij het niet langer gebruiken van geslachtsspecifieke actuariële factoren in zijn voordeel ombuigt; en om alle wetten en reglementeringen die deze factoren gebruiken te wijzigen, o.a. de wettelijke en aanvullende regelingen van de sociale zekerheid.
Het Hof van Justitie van de Europese Unie verklaarde het artikel 5, §2 van de richtlijn 2004/113/EG ongeldig. De richtlijn is gericht op het waarborgen van het respect voor de beginselen van gelijkheid en non-discriminatie tussen vrouwen en mannen. Het artikel 5, §2 laat de Europese Lidstaten toe om zonder beperking in tijd een afwijking toe te staan die ingaat tegen de algemene principes van de richtlijn. Het Hof verklaarde dus het desbetreffende artikel ongeldig vanaf 21 december 2012.
Hoewel het legitiem is dat de verzekeringsmaatschappijen de groep van de verzekerden segmenteren op grond van relevante criteria, maak het geslacht hiervan geen deel uit. Een onderscheid maken tussen verzekerden op basis van statistieken van levensverwachting naar geslacht is een arbitraire en niet-wetenschappelijke methode daar men geen rekening houdt met de impact van levensgewoonten en socio-economische omstandigheden.
Geen stijging van de premies
Bovendien moet men niet vrezen voor een dramatische stijging van het bedrag van de premies, daar de aan sommige verzekerden opgelegde verhoging gecompenseerd wordt door de daling bij anderen. Men stelde ook geen negatieve effecten vast op verzekeringspremies bij de invoering van het verbod op discriminatie in hospitalisatieverzekeringen in functie van de moederschapsgerelateerde kosten. Bovendien is het arrest van toepassing in de gehele Europese Unie waardoor men niet hoeft te vrezen voor goedkopere premies bij maatschappijen die onderworpen zijn aan de wetgeving van andere Lidstaten.
Overgangsperiode
De periode tot 21 december 2012 moeten de verzekeringsmaatschappijen gebruiken om hun berekeningsmethodes te corrigeren. Niets verhindert hen echter om dit te doen voor deze uiterste datum en het is in ieder geval uitgesloten dat in de periode tot december 2012 nog nieuwe contracten worden afgesloten waarbij gebruik wordt gemaakt van geslachtsspecifiëke actuariële factoren. Het is aan de federale regering om noodzakelijke maatregelen te nemen om dit te voorkomen.
Meer informatie op http://www.raadvandegelijkekansen.be/