De Nederlandse pensioensector moet het consultatieproces voor het Europese Groenboek Pensioenen ten volle benutten, onder meer om de pensioenrichtlijn IORP verbeterd te krijgen, meent Chris Verhaegen, secretaris-generaal van de lobby-organisatie EFRP.
“De Institution for Occupational Retirement Provision zit helemaal niet goed in elkaar, en eigenlijk moet er een andere richtlijn komen,” aldus Verhaegen dinsdag tijdens het Pensioenforum in Noordwijkerhout.
Volgens haar is de huidige IORP slechts relevant voor vijf lidstaten, in plaats van alle 27.
De secretaris van de European Federation for Retirement Provision stelde dat de raadpleging over het Groenboek Pensioenen ook moet leiden tot een verbetering van de overdraagbaarheid van pensioenen in de Portability-richtlijn.
“De berekening van pensioenaanspraken moet eerst op nationaal niveau worden opgelost, en dat geldt ook voor de benadering van grensoverschrijdende pensioenen door de respectievelijke belastingdiensten,” aldus Verhaegen.
Ze pleitte in dit verband voor een internationale matrix voor de diverse pensioensystemen in alle lidstaten, die bijvoorbeeld aangeeft waar het tweede pijlerpensioen van iemand uit Nederland past in het tweede pijlerpensioen in Italië.
Ze deelde verder mee dat het nieuwe Europese toezichtsorgaan EIOPA, dat volgend jaar CEIOPS moet vervangen, zal worden gevormd door dertig experts van (her)verzekeraars en evenveel deskundigen van pensioenfondsen.
EIOPA zal worden gevestigd in Frankrijk, aldus de EFRP-secretaris.
Pensioenfondsen vertrekken naar Luxemburg
Consultant Jacqueline Lommen van Hewitt Associates meldde dinsdag overigens dat dit jaar al 78 grensoverschrijdende pensioenfondsen in Europa actief zijn, met regelingen uit 23 landen die in het buitenland worden beheerd.
Lommen zei van oordeel te zijn dat de IORP-richtlijn ideaal is voor toepassing van de Premie Pensioen Instelling (PPI) en ook voor de Algemene Pensioeninstelling (API), die echter nog steeds in ontwikkeling is.
Volgens haar hebben inmiddels al acht Nederlandse bedrijven hun pensioenregeling ondergebracht in Luxemburg.
Het gaat vooral om multinationale bedrijven die meer zicht willen hebben op hun pensioenregeling en uit zijn op kostenbeperking en schaalvoordelen, zo maakte ze duidelijk.