Hoe kunnen we de toekomstige financiering van de pensioenen, de solidariteit tussen de huidige en toekomstige generaties en een adequaat evenwicht tussen solidariteit en verzekering garanderen?
Vragen
1. De terugkeer naar een budgettair evenwicht in 2015 is een essentiële voorwaarde voor de houdbaarheid van de overheidsfinanciën op langere termijn, vooral om gedeeltelijk de vergrijzingskosten te compenseren. Het stabiliteitsprogramma 2009-2012 voorziet de terugkeer naar een tekort van 3% van het BBP in 2012 en een budgettair evenwicht in 2015.
Hoe kan een terugkeer naar een budgettair evenwicht gegarandeerd worden terwijl de sociale zekerheid een aanzienlijk structureel tekort vertoont, bij ongewijzigd beleid, niet enkel op korte maar ook op lange termijn?
2. Een van de strategische richtlijnen van de E.U. legt de nadruk op de noodzaak om de werkgelegenheidsgraad te verhogen, vooral die van de ouderen. Hoe kunnen we derhalve de verlenging van het beroepsleven aanmoedigen.
• door de wettelijke pensioenleeftijd te verhogen?
• door de pensioenleeftijd te verbinden aan de levensverwachting of aan een vastgesteld aantal loopbaanjaren?
• door het aantal benodigde loopbaanjaren om op 60 jaar op pensioen te kunnen gaan geleidelijk te doen stijgen, zowel voor de openbare als voor de privésector?
• door de wettelijke pensioenleeftijd te vervangen door een referentieloopbaan voor de berekening van het pensioen met klemtoon op het aantal loopbaanjaren?
• door de wettelijke pensioenleeftijd aan te passen in functie van de moeilijkheid van de beklede functies?
• door de mechanismen van het vervroegd pensioen te ontmoedigen?
• door een stijging te bekomen van de effectieve leeftijd van uittreding uit de arbeidsmarkt, aan de hand van verscheidene mechanismes (zie volgende vragen)?
• Door de werkgevers aan te moedigen om de senioren aan het werk te houden of om senioren die werk zoeken aan te nemen?
• door te vermijden dat de loonkosten niet-loongebonden kosten te sterk stijgen met de leeftijd?
• door het opleidingsniveau van de senioren opnieuw te herstellen?
• door de gewestelijke diensten voor arbeidsbemiddeling aan te moedigen om voluntaristische maatregelen te treffen met het oog op de verbetering van de tewerkstellingsgraad van senioren?
• door de arbeidsomstandigheden en de organisatie van het werk ten gunste van de oudere werknemers te verbeteren binnen de ondernemingen?
• door de werkwijze van het Fonds voor de beroepservaring te voorzien?
• door de wetgeving betreffende de stimulansen voor het verlaten van de inpensioentreding te herzien: pensioenbonus en leeftijdstoeslag?
• door de kloof te benadrukken tussen het pensioen na een volledige loopbaan en het vervroegd pensioen?
• door de effectief gewerkte jaren te valoriseren voor de berekening van het pensioen?
• door de beroepsactiviteit van senioren aan te moedigen, met name op fiscale wijze?
3. Het Zilverfonds werd gecreërd in 2001 om het hoofd te bieden aan de budgettaire gevolgen van de vergrijzing van de bevolking. Momenteel bevat de portefeuille van het Zilverfonds iets meer dan 16 miljard euro, de waarde zal uiteindelijk 21 miljard bedragen. Hoe kunnen we in de toekomst het Zilverfonds spijzen wanneer er geen begrotingsoverschot voorzien wordt voor de volgende jaren? Moeten de financierings-, werkings-, en tussenkomstmodaliteiten ervan niet herzien worden?
4. Nog een andere strategische krachtlijn van de E.U. om het hoofd te bieden aan de vergrijzingskost beveelt een herziening aan van de bijdragesystemen.
In dit kader kunnen de volgende vragen gesteld worden:
• Moet het principe van de verzekering behouden of versterkt worden bij alle wettelijke pensioenen of moeten we eerder kijken naar een basispensioen, aangevuld door bijkomende stelsels?
• Is het passend om pensioensystemen te creëren waarin de twee financieringswijzen, repartitie en kapitalisatie, naast elkaar bestaan op het niveau van het wettelijk pensioen? Wat zijn de behaalde resultaten in de landen waar een dergelijk gemengd wettelijk pensioen bestaat? Moeten we in ons verdelingsstelsel een verplicht gedeelte in kapitalisatie invoeren geïnspireerd op het Zweeds model op het gebied van notionele rekeningen?
• Moeten we bepaalde modaliteiten voor de berekening van het pensioen herzien, bijvoorbeeld op het gebied van gelijkgestelde periodes?
• Moeten we het welvaartsmechanisme herzien? Moeten we evolueren richting een automatische, procentuele en structurele koppeling van de wettelijke pensioenen aan de welvaart? Moeten we rekening houden met de pensioenanciënniteit?
• Moeten we de verschillende pensioenstelsels harmoniseren?
5. Moet er om de levensvatbaarheid van de pensioenen te garanderen, onafhankelijk van de uitgavenverminderingen, een verhoging van de inkomsten voorzien worden?
• van de sociale zekerheidsbijdragen?
• een verhoging van de alternatieve financiering?
• een herziening van de responsabiliseringsmechanismen van de Gemeenschappen en Gewesten in de pensioenlast van de overheidssector?
• een bijdrage op de inkomsten uit kapitaal?
• een algemene sociale bijdrage?
groenboek integrale versie