De lokale besturen zijn duidelijk vragende partij voor de snelle invoering van een wettelijke regeling voor het aanvullend pensioen van hun contractueel personeel. Het voorontwerp van minister Daerden dat op dit ogenblik op tafel ligt, biedt hen echter te weinig beweegruimte. Dit zijn twee duidelijke conclusies uit een debat in Brussel waaraan meer dan 50 gemeente- en OCMWbesturen deelnamen.
Aanleiding was een peiling van het advieskantoor Pension Architects in samenwerking met AG Insurance, AXA Belgium en Delta Lloyd Life.
Eén van de vragen waarop de huidige wetgeving geen antwoord biedt, is wat met het opgebouwde aanvullend pensioen moet gebeuren als een contractant vast benoemd wordt.
Daarnaast wil de meerderheid van de lokale besturen autonoom kunnen beslissen over de hoogte van het aanvullend pensioen en willen ze ook andere aspecten van het pensioenplan kunnen afstemmen op hun lokale behoeften. De extra bewegingsruimte moet het bovendien mogelijk maken dat het aanvullend pensioen een werkelijk voordeel wordt voor de contractant. Een bijdrage van 1% gedurende 45 jaar zal de koopkracht op pensioenleeftijd slechts met 3% doen verhogen. Om het pensioenplan te kunnen afstemmen op de lokale behoeften inzake personeelsbeleid, dient de bijdrage daarom rekening te kunnen houden met de leeftijd of anciënniteit.
Uit het debat is tevens gebleken dat er nog veel onwetendheid is over de problematiek. Er is eenduidelijke behoefte aan praktische en objectieve informatie die het lokaal bestuur moet helpen om de draagwijdte van een aanvullend pensioen voor haar contractueel personeel te kunnen inschatten.
Enquête “Aanvullende pensioenen in de publieke sector” Resultaten van de enquête zoals toegelicht op het c...