zondag 14 februari 2010

Het verdict is gevallen: we zullen in de toekomst langer moeten werken voor een lager pensioen. En van het Zilverfonds hoeven we geen heil meer te verwachten. Want nu de socialisten uit de regering verdwenen zijn, lijkt dat klinisch dood te zijn.
En net op dat moment komt Assuralia, de beroepsfederatie van de verzekeringsondernemingen, met de boodschap dat het al niet florissant gesteld is met onze pensioenen. De modale werknemer valt na zijn pensionering terug op 40 procent van zijn laatste jaarloon, zo becijferde de beroepsvereniging. En grootverdieners zien dat percentage nog veel dieper terugzakken. Voor wie niet bij de pakken wil blijven zitten, is het de hoogste tijd voor actie. Zes ideeën om je pensioen op te krikken.




1. Blijf langer aan de slag
Minister van Pensioenen Michel Daerden wil de gemiddelde pensioenleeftijd opschuiven naar 63 jaar. Hoe hij dat wil aanpakken, is vooralsnog niet duidelijk. Maar het valt te verwachten dat er enkele maatregelen zullen volgen die het voor werknemers financieel aantrekkelijker maken om langer te blijven werken.

Van die maatregelen bestaan er al een aantal. Het Generatiepact voerde een pensioenbonus in voor werknemers die aan de slag blijven na hun 62ste verjaardag of 44ste loopbaanjaar. Concreet hebben ze recht op een bonus van 2,1224 euro per dag dat ze nog werken na hun 62ste verjaardag of hun 44ste loopbaanjaar. Ziektedagen, technische werkloosheid, klein verlet… tellen daarvoor niet mee. Het gaat dus enkel om effectief gepresteerde dagen.

Wie na zijn 65ste nog drie jaar voltijds blijft werken – zonder één ziektedag – kan een maximale pensioentoeslag verdienen van 165,54 euro bruto per maand. Netto komt dat overeen met ongeveer 80 euro extra per maand.

‘In de praktijk zien we dat mensen voor die pensioenbonus niet langer blijven werken', stelt Liliane Verdijck, hoofd van de pensioendienst van de Christelijke Mutualiteit vast. ‘In 2011 is er een evaluatie voorzien van deze maatregel, maar men weet nu al dat het effect ervan te verwaarlozen is.'

Een andere maatregel om mensen langer aan de slag te houden, heeft betrekking op de extralegale pensioenen. Blijf je werken tot je 65ste verjaardag, dan wordt je extralegaal pensioenkapitaal belast volgens een gunstregime. In plaats van 16,5 procent betaal je dan slechts 10 procent belasting op het opgebouwde kapitaal. Ook het effect daarvan is veeleer gering. Op een kapitaal van 50.000 euro bespaar je daarmee 3.250 euro aan belasting. Omgezet in een lijfrente komt dat overeen met een extraatje van ongeveer 15 euro per maand.

Zelfstandigen ten slotte kunnen een pensioenverlies vermijden door langer te blijven werken. Volgens de huidige stand van zaken worden zelfstandigen beboet met een pensioenvermindering van 25 procent wanneer ze op hun 60ste met pensioen gaan. Bij pensionering op 61 jaar bedraagt die pensioenmalus nog 18procent, op 62 jaar 12 procent, op 63 jaar 7 procent en op 64 jaar 3procent. Er wordt geen pensioenmalus meer verrekend wanneer de zelfstandige pas op 65jaar met pensioen gaat of wanneer hij of zij een loopbaan van minstens 42jaar kan bewijzen.



2. Doe aan pensioensparen
Via het individueel pensioensparen kan je op eigen kracht een appeltje voor de dorst opbouwen. Aan deze vorm van sparen is bovendien een belastingvoordeel gekoppeld. Elke storting geeft recht op een belastingvermindering van 30 tot 40 procent van het gespaarde bedrag.

Hoe vroeger je begint met pensioensparen, hoe groter het pensioenkapitaal dat je kan opbouwen. Start je met pensioensparen tien jaar voor je met pensioen gaat, dan kan je met een jaarlijkse maximumstorting van 870 euro per jaar (in de veronderstelling dat dit bedrag jaarlijks geïndexeerd wordt met 1,5 procent) en bij een gemiddeld rendement van 4 procent een kapitaal van pakweg 11.000 euro opbouwen.

Begin je al te sparen 20 jaar voor je met pensioen gaat, dan kom je aan +/-30.000 euro. Dertig jaar sparen geeft een eindkapitaal van +/- 60.000 euro en op 40 jaar kan je ruim 100.000 euro bijeensparen.

Schat je het verwachte rendement liever iets voorzichtiger in en ga je uit van 2 procent rendement, dan komen de eindkapitalen na 10, 20, 30 en 40 jaar respectievelijk op pakweg 10.000 euro, 24.000 euro, 44.000 euro en 70.000 euro.

Houd er wel rekening mee dat van dat kapitaal ook nog een belasting wordt ingehouden. Die eindbelasting wordt geheven tijdens het jaar waarin de spaarder zestig wordt en bedraagt in de meeste gevallen ongeveer 10procent van het opgebouwde kapitaal.

Verzekeringsmaatschappijen bieden formules aan om een pensioenkapitaal om te zetten in een maandelijks inkomen. De maandelijkse rente die overeenkomt met het pensioenkapitaal kan je indicatief berekenen door het kapitaal te delen door 240. Met een kapitaal van bijvoorbeeld 50.000 euro komt dus een extra inkomen van ruim 200 euro per maand overeen.




3. Zelfstandigen: bouw aan een extra aanvullend pensioen
Het is algemeen geweten dat de wettelijke pensioenen voor zelfstandigen het laagst liggen in ons land. Volgens de berekeningen van Assuralia bedraagt het gemiddelde pensioen van een zelfstandige in ons land 640 euro per maand, tegenover 925 euro voor het gemiddelde werknemerspensioen en 2.260 euro voor het gemiddelde ambtenarenpensioen.

Daartegenover staat echter dat zelfstandigen een aantal extra mogelijkheden hebben om op een belastingvriendelijke manier aan een aanvullend pensioen te werken. Via het Vrij Aanvullend Pensioen voor Zelfstandigen (VAPZ) kunnen zij vanuit hun beroepsinkomen op fiscaal aftrekbare wijze een appeltje voor de dorst opzij zetten. Dat systeem werd enkele jaren geleden in een nieuw kleedje gestoken en heeft een aantal niet te onderschatten voordelen.

De premies zijn volledig fiscaal aftrekbaar en geven bovendien ook een besparing op het vlak van sociale bijdragen. Bovendien kunnen ze gecombineerd worden met alle andere vormen van pensioensparen en wordt de eindbelasting op een fiscaalgunstige manier berekend op een fictieve rente. Elke zelfstandige, met of zonder vennootschap, komt daarvoor in aanmerking. De toegelaten premie wordt berekend op basis van het netto belastbaar inkomen. Zowel banken als verzekeraars en sociale verzekeringsfondsen bieden VAPZ-contracten aan.

Voor zelfstandigen met een vennootschap bestaan er ook nog enkele andere fiscaal voordelige pensioenvehikels. Vroeger waren vooral bedrijfsleidersverzekeringen erg in trek, tegenwoordig wordt meer gekozen voor de formule van de groepsverzekering. Via deze formule kan je op fiscaal aftrekbare wijze geld van je vennootschap opzijzetten voor je pensioen. Welk bedrag je op die manier mag sparen voor later, wordt berekend aan de hand van de zogenaamde 80%-regel, op basis van je inkomen. Sluit je daar pas op latere leeftijd een groepsverzekering af, dan heb je de mogelijkheid om een back-service-premie te storten voor de voorbije jaren. Ook die is volledig fiscaal aftrekbaar wanneer je binnen de grenzen van de 80%-regel blijft. Keerzijde van die fiscale aftrekbaarheid is dat het uitgekeerde pensioenkapitaal later onderworpen wordt aan een eindbelasting.

Laat je het beheer van je pensioengeld liever niet over aan een bank of verzekeringsmaatschappij, dan kan je via een interne pensioenbelofte zélf een fiscaal aftrekbaar pensioenspaarpotje beheren binnen je vennootschap. Vraag aan je boekhouder om te berekenen welk bedrag je via een pensioenbelofte op fiscaal aftrekbare wijze opzij kan zetten voor later. Houd er wel rekening mee dat je ook in dat geval later belasting zal moeten betalen op de pensioenbelofte.



4. Laat je werkgever meebetalen voor je pensioen
Steeds meer werkgevers bouwen een extra pensioen op voor hun personeelsleden via een groepsverzekering of pensioenfonds. Inmiddels hebben al zes op de tien loontrekkenden in de privésector recht op een extralegaal pensioen. En de federale overheid werkt momenteel aan een aanvullend pensioenplan voor de contractuele ambtenaren.

Het systeem van een aanvullend pensioen is eenvoudig: via een maandelijkse pensioenstorting wordt een pensioenkapitaal opgebouwd dat uitgekeerd wordt als de werknemer met pensioen gaat. In orde van grootte liggen de maandelijkse pensioenpremies gemiddeld rond de 1 tot 3 procent van het loon. Stijgt het loon, dan stijgt de pensioenstorting dus automatisch mee. En bij verandering van werkgever verhuist de spaarpot mee naar de nieuwe werkgever.

Welk pensioenkapitaal je later mag verwachten uit je bedrijfspensioenplan, kan je aflezen op het pensioenoverzicht dat jaarlijks verstuurd wordt naar alle aangeslotenen. Je kan daarop aflezen welk kapitaal je tot dan toe al vergaard hebt en welk kapitaal je mag verwachten wanneer je werkgever tegen hetzelfde ritme blijft voortsparen tot je pensionering. Meestal kan je er ook op aflezen welk aanvullend maandelijks inkomen je levenslang mag verwachten wanneer je het pensioenkapitaal na de uitkering laat omzetten in een levenslange lijfrente. Houd er wel rekening mee dat het opgebouwde kapitaal op de einddatum belast wordt. Gemiddeld ligt de totale belastingdruk rond de 15 procent van het opgebouwde kapitaal.

Wil je een bijkomende inspanning leveren voor je extralegaal pensioen, dan kan je aan je werkgever vragen om bijvoorbeeld je winstbonus of dertiende maand in het pensioenplan te storten in plaats van het bedrag uit te betalen als extra loon. In de praktijk is dat evenwel niet altijd haalbaar omdat dit enkel toegelaten is wanneer dat voor alle betrokken werknemers op dezelfde manier gebeurt. ‘De tegenstellingen tussen oude en jonge werknemers zijn op dat vlak vaak moeilijk te overbruggen,' stelt Kristiaan Andries, adviseur bij SD Worx vast.

‘Voor jonge werknemers is het aanvullend pensioen nog ver van hun bed. Daarom geven zij meestal de voorkeur aan een bonus in cash geld. Werknemers van 50 jaar of ouder daarentegen zien de bonus doorgaans wel graag naar het pensioenplan vloeien. Het is voor een werkgever niet altijd eenvoudig om daarin een consensus te vinden. Een gemengd systeem kan hier een oplossing zijn.'



5. Koop een eigen huis
De aankoop van een eigen huis wordt wel eens de vijfde pensioenpijler genoemd. Maar die laatste plaats is onterecht. In realiteit is een eigen woning voor veel gezinnen één van de eerste pensioenbestanddelen. Koop je een eigen huis, dan stop je met elke aflossing geld in je pensioenspaarpot. Wanneer de lening volledig afgelost is, vertegenwoordigt het huis niet alleen een pensioenspaarpot met een dak erop, maar woon je ook gratis. De huur die je vanaf dan uitspaart, is je rendement in natura. En dat is mooi meegenomen als je na je pensioen met een lager inkomen moet rondkomen.

Wil je het geld later ook terug uit de bakstenen halen, dan heb je enkele mogelijkheden. Volstaat het om het geld gedeeltelijk vrij te maken, dan kan je overwegen om de woning te verkopen en er een goedkopere voor in de plaats kopen (of huren).

Wil je de woning graag blijven bewonen, dan kan je overwegen om enkel de naakte eigendom ervan te verkopen en het vruchtgebruik of woonrecht voor jezelf te houden. De verkoopprijs van de naakte eigendom wordt door de notaris berekend op basis van de totale verkoopprijs en je levensverwachting en wordt vervolgens omgerekend naar een levenslange lijfrente.

Zolang je leeft, heeft de koper de verplichting om elke maand deze lijfrente te betalen. Vanaf je overlijden hoeft de koper niets meer te betalen en kan hij of zij volledig over de woning beschikken. Een minpunt van deze constructie is dat er dan niets meer overblijft voor je erfgenamen.

Ook een opeethypotheek of omgekeerd woonkrediet biedt de mogelijkheid om geld uit je bakstenen te halen. Met de woning als onderpand stelt de bank dan een kapitaal ter beschikking dat na afloop van het krediet (of bij je overlijden) terugbetaald moet worden. In ons land is deze kredietvorm evenwel (nog) niet toegelaten.



6. Zoek een bijverdienste
Wie zijn pensioen wil opkrikken, kan natuurlijk ook gewoon een bijverdienste nemen. Maar let wel op. Want een gepensioneerde die te veel bijverdient, loopt het risico dat zijn pensioen wordt geschrapt. Vooral voor gepensioneerden die nog geen 65 jaar zijn, liggen de grenzen erg laag (zie tabel).

En ook fiscaal kan dat extra inkomen je duur komen te staan. In bepaalde situaties kan de extra belasting die je moet betalen door de bijverdienste, zelfs (bijna) even hoog oplopen als de bijverdienste zelf.

Dat komt omdat een bijverdienste niet alleen op zichzelf wordt belast, maar ook de belastingvermindering op het pensioen aantast. Simuleer daarom altijd op voorhand hoeveel de bijverdienste je zal kosten aan extra belasting. Vergeet ten slotte ook niet dat je de bijverdienste op voorhand moet aangeven bij de Rijksdienst voor Pensioenen als je de wettelijke pensioenleeftijd nog niet hebt bereikt. Vanaf 65 jaar geldt deze aangifteplicht enkel nog voor wie een zelfstandige bijverdienste wil uitoefenen.

Jobaanbiedingen mogelijk dankzij :
Jobaanbiedingen mogelijk dankzij :
Jobaanbiedingen mogelijk dankzij :