dinsdag 12 januari 2010

Wettelijke pensioenen

In het Belgische systeem van wettelijke pensioenen is er het rustpensioen en het overlevingspensioen. Het rustpensioen is het pensioen waarop men recht heeft op basis van de eigen beroepsloopbaan. Het overlevingspensioen is het pensioen dat men kan verkrijgen op basis van de loopbaan van een overleden echtgenoot of echtgenote. Dat pensioen mag niet verward worden met de IGO, de inkomensgarantie voor ouderen, een voorziening van financiële hulp voor ouderen die niet over voldoende financiële middelen beschikken, vanaf de leeftijd van 65 jaar.


Rustpensioen
Sinds 1 januari 2009 ligt de pensioengerechtigde leeftijd in België op 65 jaar, zowel voor mannen als voor vrouwen. Het rustpensioen begint dus ten vroegste op de eerste dag van de maand die volgt op de maand waarin men 65 jaar wordt.



Sinds 1 januari 1991 kunnen werknemers met een voldoende lange loopbaan vervroegd met pensioen gaan, dat wil zeggen ten vroegste de maand na hun 60ste verjaardag. Voorwaarde is wel dat de werknemer een loopbaan van 35 kalenderjaren kan bewijzen waarmee die werknemer recht kan krijgen op om het even welke Belgische wettelijke pensioenregeling.



Om op de leeftijd van 65 jaar recht te hebben op een volledig pensioen moet men een loopbaan van 45 jaar kunnen aantonen (sommige jaren worden gelijkgesteld met loopbaanjaren, bijvoorbeeld de jaren van ongewilde werkloosheid, van halftijds of voltijds conventioneel brugpensioen, van beroepsopleiding, van zwangerschapsverlof, enz.). Kan de werknemer geen loopbaan van 45 jaar aantonen, dan wordt het pensioengedeelte berekend (aantal loopbaanjaren / 45). Iemand met een gemengde loopbaan krijgt in principe een pensioen in elke regeling. Elk rustpensioen wordt uitgedrukt in het gedeelte dat de loopbaan in elke regeling in kwestie vertegenwoordigt. De som van die verschillende gedeelten mag niet meer dan 45/45ste bedragen. Is de som toch groter dan die eenheid van 45/45ste, dan zal het zelfstandigenpensioen als eerste verminderd worden. Wordt die eenheid dan nog altijd overschreden, dan wordt het werknemerspensioen verminderd.



Bruggepensioneerden mogen bovenop hun pensioen een beroepsactiviteit uitoefenen, op voorwaarde dat ze die vooraf altijd aangeven en dat ze met die activiteit niet boven bepaalde inkomsten gaan.



De begunstigde van het rustpensioen mag tot slot geen sociale uitkeringen krijgen bovenop zijn pensioen (geen samenvoeging met werkloosheidsuitkering, ziekte-uitkering of invaliditeitsuitkering bijvoorbeeld). Ontvangt de gepensioneerde een sociale uitkering, al was het maar voor één dag, dan wordt het rustpensioen voor heel de maand geschorst, behalve indien de gepensioneerde de uitkering weigert.



Overlevingspensioen
Om een overlevingspensioen te kunnen ontvangen, moet men 45 jaar zijn, ten minste één jaar getrouwd geweest zijn met de overledene en mag men niet hertrouwd zijn, op straffe van schorsing van het overlevingspensioen.



Die leeftijd van 45 jaar is niet vereist voor echtgenoten van zelfstandigen of loontrekkende werknemers die een blijvende arbeidsongeschiktheid van ten minste 66% hebben of die ten minste één kind ten laste hebben. Ook de voorwaarde om een jaar getrouwd geweest te zijn met de overledene is niet vereist indien uit dat huwelijk een kind is geboren (zelfs nadat de echtgenoot overleden is), indien het overlijden te wijten is aan een ongeval ná de huwelijksdatum of indien de oorzaak van de verslechtering van de ziekte zich ná de huwelijksdatum voordoet, of ook indien één van beide echtgenoten kinderbijslag kreeg voor een kind ten laste.



In tegenstelling tot bij het rustpensioen kan een gepensioneerde gedurende twaalf (al dan niet opeenvolgende) maanden sociale uitkeringen krijgen bovenop het overlevingspensioen. Gedurende die twaalf maanden wordt het overlevingspensioen dan wel beperkt tot de IGO.
Jobaanbiedingen mogelijk dankzij :
Jobaanbiedingen mogelijk dankzij :
Jobaanbiedingen mogelijk dankzij :