Het California Public Employees Retirment System (Calpers), het grootste Amerikaanse pensioenfonds dat werkt met een systeem van vaste bijdragen, verloor 23,4 procent van zijn waarde in het boekjaar dat eindigde op 30 juni. Calpers kijkt naar de staat California om het gat dicht te rijden en de pensioenen van de ambtenaren betaalbaar te houden.
Het gebroken boekjaar 2008/2009 is het slechtste jaar uit de geschiedenis van Calpers en veegde winsten van de voorbije zes jaar van tafel. Calpers gaat extra bijdragen vragen van belastingbetalers om de pensioenen van 1,5 miljoen huidige en gepensioneerde ambtenaren te betalen.
Het vermogen onder beheer bedroeg eind juni nog 183,7 miljard dollar. In oktober 2007, in tempore non suspectu, piekte het vermogen in beheer van Calpers op 260 miljard dollar. In januari bereikte de waarde van de activa in de portefeuille een dieptepunt van 164 miljard dollar.
Calpers verloor 28,5 procent op aandelen, 35 procent op vastgoed en 31 procent op alternatieve investeringen, zoals hefboomfondsen en private equity. De obligaties in de portefeuille zorgden met 0,5 procent winst voor een positieve bijdrage. Calpers zegt dat het een rendement van 7,75 procent per jaar moet boeken om de pensioenen betaalbaar te houden.
In juni keurde de raad van bestuur van Calpers een nieuw allocatieplan goed waarin obligaties een gewicht van 20 procent krijgen. Aandelen maken in de toekomst iets minder dan de helft van de portefeuille uit en alternatieve beleggingen 14 procent. Daarnaast gaat Calpers investeren in aan inflatiegelinkte effecten.