De pensioenfondsen in de grootmetaal en de zorgsector hebben het ’afstempelspook’ voorlopig buiten de deur gehouden. Door een aantal jaren de pensioenen niet aan te passen aan de inflatie hopen PME en Pensioenfonds Zorg en Welzijn over vijf jaar in ieder geval weer op de vereiste dekkingsgraad van 105% te zitten. Hoewel de doemscenario’s voorlopig zijn afgewend, moet er de nodige hulp komen van de financiële markten, en wellicht moet er ook nog wat gebeuren aan de randvoorwaarden waar pensioenfondsen zich aan moeten houden.
Pensioenfonds Zorg en Welzijn gaat waarschijnlijk drie jaar de pensioenen bevriezen. Momenteel zit het fonds, waar 2 miljoen mensen bij zijn aangesloten, op een dekkingsgraad van 90%. Behalve de bevriezing, blijft de premie ongewijzigd.
Het fonds van de grootmetaal, PME, denkt de hele hersteltermijn van vijf jaar nodig te hebben. Minister Donner (Sociale Zaken) verruimde eerder deze termijn van drie naar vijf jaar. In het vorige week gesloten sociaal akkoord is bovendien afgesproken dat er voorwaarden die de bewindsman stelde aan het herstellen zijn vervallen.
Daardoor zijn de eerdere doemscenario’s van PME’s werknemersvoorzitter, Jos Brocken, van de baan. Hij voorspelde eerder in deze krant dat hij in 2011 al gedwongen zou worden om de pensioenrechten te gaan afstempelen. Maar PME ontkomt niet aan een premieverhoging. „De premie voor de deelnemers is per 1 januari verhoogd van 22 naar 23% van de pensioengrondslag. Dat is iets hoger dan de kostendekkende premie, maar dat handhaven we voor de komende vijf jaar en gebruiken we voor het herstel.”
Overigens past de nuancering dat het bij afstempelen alleen gaat om de aanvullende pensioenen. De aow-uitkering blijft gelijk. Daarom wordt niet het volledige bedrag 10% lager (zie graphic).
De beide pensioenfondsen hebben voor nu de ’draconische maatregelen’ buiten de deur gehouden, maar het valt niet uit te sluiten dat er op termijn alsnog wordt afgestempeld. Als een opleving van de aandelenkoersen en de rentestanden uitblijft, zal ook vijf jaar niet genoeg zijn om op het gewenste niveau uit te komen. Bovendien is er de kanttekening dat bij een dekkingsgraad van 105% ook nog niet volledig geïndexeerd mag worden. Toezichthouder De Nederlandsche Bank (DNB) staat dat pas toe vanaf 125%.
Vandaag presenteert ook het ABP, het grootste pensioenfonds van ons land, zijn herstelplan. Alle fondsen met een dekkingsgraad onder 105% moeten vóór morgenochtend een herstelplan hebben ingediend bij DNB.
Dat betekent niet dat diverse ervaringsdeskundigen uit de pensioenwereld niets meer te wensen hebben over hoe pensioenfondsen moeten rapporteren. Zo rekende Brocken van PME gisteren voor wat een opleving in de rente voor ’zijn’ fonds oplevert. „Als de rente één procentpunt zou stijgen, van 3,5% nu naar 4,5%, levert dat ons zomaar 15 procentpunten aan dekkingsgraad op. Dan gaan we dus van 90% naar 105%.”
De fondsen rekenen met de zogeheten ’swap-rente’, die banken rekenen voor onderlinge leningen, omdat daar elke dag een koers van is. „Bovendien lag de swap-rente altijd boven die van de staat, dus dat was beter voor de dekkingsgraden”, verklaart pensioenexpert Willem Noordman van FNV Bondgenoten. Maar hij vraagt zich nu af of de fondsen niet van die dagelijkse rentevaststelling af moeten. „Je krijgt daar een enorm fluctuerende dekkingsgraad van, terwijl er in euro’s aan je fonds niets verandert. Bovendien gaat het bij pensioenen altijd over de lange termijn.” Ook voor VNO-NCW staat vast dat er iets moet veranderen aan het huidige systeem.
Pensioenadvocaat Theo Gommer van Akkermans & Partners vindt die oplossing echter ’te makkelijk’. „De rekenregels hebben we met zijn allen een paar jaar geleden in alle wijsheid opgesteld. Dan kun je niet ineens zeggen: het komt nu even beter uit om de hogere rente te gebruiken.”