Minister van Pensioenen Marie Arena (PS) laat weten dat België Nederland niet zal volgen in een verhoging van de wettelijke pensioenleeftijd. Arbeidsmarktspecialist Jan Denys (Randstad) volgt haar redenering maar is tegelijkertijd beducht voor een fout signaal.
Heeft de minister gelijk?
Het belangrijkste nu is ongetwijfeld om te proberen meer mensen aan de slag te krijgen of te houden aan het einde van hun loopbaan, ook tussen 60 en 65. Je hoeft een probleem niet op alle fronten tegelijkertijd te bestrijden, en er zit een zekere logica in: eerst proberen zo ver mogelijk te komen met de pensioenleeftijd die we nu hebben. De activiteitsgraad in de leeftijd 55-65 is in België nog altijd veel te laag.
Maar de activiteitsgraad verhogen zal niet genoeg zijn?
Het fundamentele probleem is dat de koek die door de actieven gebakken wordt, niet meer groot genoeg is om zoveel inactieven mee te voeden. Die koek moet groter. Dat was al absoluut noodzakelijk met het oog op de vergrijzing, en het wordt nu alleen maar dringender. Men onderschat wat de huidige crisis teweegbrengt. De pensioenkassen stelden al niet veel meer voor. Door de crisis wordt er nog eens heel veel geld uitgegeven dat niet meer voor die pensioenkassen gebruikt kan worden.
Hoe lang kunnen we de pensioenleeftijddiscussie voor ons uit schuiven?
Dat kunnen we helemaal niet, eigenlijk. Op langere termijn, 10 tot 20 jaar, zal het absoluut nodig zijn dat mensen langer blijven werken dan vandaag. Maar een verhoging van de pensioenleeftijd kun je niet in één klap doorvoeren. Je moet het geleidelijk doen: een maand per jaar, bijvoorbeeld. Dat betekent dat je er vroeg genoeg mee moet beginnen.