woensdag 4 maart 2009

Goed pensioenstelsel loopt op twee benen

'Verlaging miljoenen pensioenen dreigt'. De Nederlandse krant NRC Handelsblad bezorgde vorige vrijdag met die opening ongetwijfeld veel lezers een schok. Maar het was ook slecht nieuws voor diegenen die het stelsel van onze noorderburen naar voren schuiven als een voorbeeld voor het armlastige Belgische pensioenstelsel. Toch zijn pensioenexperts aan beide kanten van de grens het erover eens dat je het Nederlandse pensioensysteem best niet te snel afschrijft. Mogelijk zullen de twee stelsels door de crisis wel naar elkaar toegroeien. 'Om de risico's te spreiden ga je altijd naar een gemengd systeem.'
Gelijkend en toch zo verschillend. Die conclusie gaat wel vaker op voor Belgisch-Nederlandse vergelijkingen. Ze geldt zeker voor de pensioensystemen. Beide steunen op drie pijlers: een wettelijk basispensioen, een aanvullend bedrijfs- of sectoraal pensioen en ten slotte fiscaal gestimuleerde vormen van pensioensparen. Maar de verhouding tussen die drie pijlers is radicaal anders, zegt de Leuvense socialezekerheidsexpert Jos Berghman. Berghman heeft ook 13 jaar in Nederland gedoceerd, zodat hij beide stelsels goed kent.

De Belgische en Nederlandse wettelijke pensioenstelsels ontstonden allebei na de Tweede Wereldoorlog. Het zijn beide repartitie- of omslagsystemen. De huidige generatie werkenden betaalt met haar bijdragen de pensioenen van de huidige gepensioneerden.

AOW

'Maar het Nederlandse wettelijke pensioen, de AOW, had vanaf het begin enkel de roeping een minimumuitkering te leveren', zegt Berghman. 'Als de Nederlanders over hun pensioen spreken, hebben ze het vooral over hun tweede pijler.' Dat is een kapitalisatiesysteem, waarbij iedereen zijn eigen pensioenspaarpot opbouwt. Het steunt op grote pensioenfondsen. Die zijn doorgaans sectoraal georganiseerd, al hebben sommige grote bedrijven een eigen fonds. Meer dan 90 procent van de Nederlanders is erbij aangesloten. Met een totale reserve van 735 miljard euro (in 2008) behoren de fondsen tot de grote spelers in de Nederlandse economie.

België was ambitieuzer wat zijn wettelijk pensioenstelsel betrof, zegt Berghman. Maar die ambities zijn niet echt waargemaakt. 'Het was de bedoeling dat onze pensioenen de welvaartsevolutie zouden volgen. Helaas bleek daar niet genoeg geld voor te zijn.'

Bovendien is een repartitiestelsel erg kwetsbaar voor vergrijzing. Als de verhouding tussen actieven en gepensioneerden wijzigt, zet dat meteen het stelsel onder druk. Daarom is ook België een tiental jaar geleden gestart met het promoten van een tweede pijler. Maar voorlopig is die slechts een dwerg in vergelijking met de Nederlandse. De Belgische pensioenfondsen en groepsverzekeringen beheerden in 2007 een dikke 50 miljard euro aan reserves, of amper een vijftiende van hun Nederlandse collega's.

Ook hier leek Oranje de Belgen met forfaitcijfers te verslaan. Tot de crisis losbarstte en de Nederlandse pensioenfondsen, die ongeveer de helft van hun vermogen in aandelen belegden, zware pandoeringen kregen.

Zeven pensioenfondsen met ruim 4,7 miljoen aangeslotenen moesten melden dat hun reserves fors onder de wettelijke grenzen gezakt zijn. Die bepalen dat ze voor elke euro aan verplichtingen 1,05 euro aan vermogen moeten hebben. De zeven fondsen, waaronder ABP, een van de grootste pensioenfondsen ter wereld, geraken maximaal nog aan 0,9 euro. Normaal hebben ze drie jaar om die situatie recht te trekken. De Nederlandse minister van Sociale Zaken, Piet Hein Donner, heeft die termijn al verlengd tot vijf jaar. Zelfs dan wordt gevreesd dat sommige fondsen er niet in zullen slagen tijdig op het droge te geraken. Pijnlijke ingrepen zijn dan ook niet uitgesloten.

Betogingen

In België zou dat perspectief waarschijnlijk al tot grote betogingen geleid hebben. Bij onze noorderburen blijft het voorlopig rustig.

'De fundamenten van ons pensioenstelsel staan niet ter discussie', zegt Najoua Aachboune beslist. Aachboune is woordvoerster van de Nederlandse vakbondskoepel FNV. 'Het algemene gevoel is dat de pensioenfondsen afgestraft zijn door de crisis en dat ze daar weinig aan konden doen.' Volgens de vakbondswoordvoerster is er ook niet meteen sprake van een roep om een versterking van de AOW. 'Er is natuurlijk wel discussie over de maatregelen die de pensioenfondsen moeten nemen om hun reserves op peil te brengen. Wij denken dat daarvoor meer tijd nodig is. En we zijn er absoluut niet blij mee als men begint te spreken over het verlagen van de uitkeringen.'

Toch kan je die mogelijkheid niet uitsluiten, zegt professor Lex Meijdam. Hij doceert pensioeneconomie aan de universiteit van Tilburg en is wetenschappelijk directeur van Netspar, het Nederlandse expertisecentrum voor pensioenen en vergrijzing.

Meijdam ziet drie opties. De eerste is het optrekken van de premies. 'Maar dat hebben we in 2002 al gedaan. Het algemene gevoel is dat het nu geen goed idee is om de jonge actieven te veel te belasten.' De tweede optie is het niet indexeren van de pensioenen. 'Dat zal bijna zeker gebeuren.' Maar als dat niet volstaat, blijft enkel het 'afstempelen (lees: terugschroeven) van rechten' over. 'Dat is natuurlijk drastisch. Het gevaar is dat dat het vertrouwen in het systeem een knauw geeft.'

WERKEN TOT 67

Eén 'zachte' besparingsmaatregel komt er bijna zeker. De pensioenleeftijd wordt hoogstwaarschijnlijk opgetrokken van 65 naar 67 jaar. Die maatregel geldt in de eerste plaats voor de AOW, maar levert meteen extra ademruimte op voor de tweede pijler.

Ook Meijdam blijft overtuigd van de kwaliteiten van het Nederlandse pensioensysteem. 'We hebben een sterk stelsel. Je hebt nu natuurlijk discussie over de verdeling van de lasten. Je kunt ook vragen stellen over het toezicht en je afvragen of de fondsen niet wat te veel in aandelen belegd hebben. Maar slechts weinig mensen vrezen dat het systeem zal instorten.'

En op minstens één punt ligt Nederland nog altijd voor. In België zijn discussies over de pensioenhervormingen in hoge mate academisch zolang mensen massaal voor de officiële pensioenleeftijd uit de arbeidsmarkt stappen of geduwd worden. 'Dat was bij ons ook het geval', zegt Meijdam, 'maar een tiental jaar geleden zijn we met succes beginnen optreden tegen die vervroegde uittreding.'

'Uiteindelijk ga je om de risico's te spreiden altijd naar een gemengd systeem. Een puur omslagsysteem is kwetsbaar voor de vergrijzing. Een kapitalisatiestelsel heeft meer financiële risico's.'

Zijn Belgische collega Berghman zit op dezelfde lijn. 'Een goed pensioenstelsel loopt op twee benen. Het ideale systeem bestaat niet. Dus ga je naar een mix. Het Nederlandse systeem is vrij evenwichtig. Repartitie en kapitalisatie houden elkaar ongeveer in evenwicht. Het Belgische steunt nog iets te veel op omslagtechnieken om een evenwichtige verhouding te hebben.'
Jobaanbiedingen mogelijk dankzij :
Jobaanbiedingen mogelijk dankzij :
Jobaanbiedingen mogelijk dankzij :