In hun septembernota 'Houdbaar tot het einde. Belgisch welvaartsmodel kreunt onder de paradoxen' waarschuwen Geert Janssens en Johan Van Overvelt namens VKW Metena voor de bedreigingen waarmee het Belgische welvaartsmodel wordt geconfronteerd. VKW Metena profileert zich als onafhankelijke denktank, maar werd opgericht in de schoot van de christelijke werkgeversorganisatie VKW
Sluipende verarming
Volgens VKW Metena is er sprake van een "sluipend proces van relatieve verarming". Zo is ons land tussen 1980 en 2006 teruggezakt van de achtste naar de twaalfde plaats in een ranglijst met twintig vergelijkbare rijke landen en van de zevende naar de vijftiende plaats in de Human Development Index tussen 2000 en 2005. "We doen het goed maar blijven achterop ten opzichte van een nieuwe kopgroep rijke landen", concludeert VKW Metena.
Vijf paradoxen
VKW Metena analyseert deze "welvaartsparadox" aan de hand van vijf paradoxen van productiviteit, arbeidsmarkt, concurrentievermogen, infrastructuur en begroting. De productiviteitsparadox omvat de hoge arbeidsproductiviteit van de Belgische economie, in contrast met de uitstoot van minder productieve krachten. Terwijl België op nummer vier staat in de officiële productiviteitsindex, zakt ons land terug naar de elfde plaats voor "maatschappelijke productiviteit". De arbeidsmarktparadox zet de oningevulde tienduizenden vacatures tegenover de 2,3 miljoen Belgen op actieve leeftijd die uit de boot vallen op de arbeidsmarkt. Met een activiteitsgraad van 67 procent scoort België onder het EU-gemiddelde.
Catastrofale gevolgen brugpensioen
VKW Metena verwijst daarbij ook naar het brugpensioen "dat catastrofale gevolgen heeft gehad voor onze arbeidsmarkt". De concurrentiekrachtparadox wijst op het krimpend marktaandeel van de Belgische economie dat in contrast staat met onze reputatie als exportland. Dat heeft volgens VKW Metena te maken met een immense loonkostenhandicap die niet goed te maken is met flexibiliteit, innovatie en ondernemerschap of kwaliteit van bestuur.
Te weinig geinvesteerd in infrastructuur
Met de infrastructuurparadox wijst VKW Metena erop dat er de afgelopen decennia te weinig is geïnvesteerd in uitbouw en onderhoud van infrastructuur, hoewel de perceptie blijft dat ons land vol beton ligt. De Belgische regeringen zouden jaarlijks 1 tot 1,5 mijlard euro minder hebben geïnvesteerd dan het gemiddelde in de eurozone.
Begrotingsparadox
VKW Metena sluit af met een begrotingsparadox. "Ondanks de jaarlijs wederkerende vreugdetaferelen kunnen we absoluut niet van een succesvol, toekomstgericht en verantwoord begrotingsbeleid gewagen", klinkt het. VKW Metena verwijst naar eenmalige kunstgrepen en het niet benutten van de rentelasten voor het aanleggen van reserves.
Beleidsnota