Niet iedereen kan even goed omgaan met het aanvullend pensioen dat hem tussen zijn zestigste en vijfenzestigste jaar in de schoot valt. De verzekeraars doen voorstellen om uitkering onder de vorm van een soort lijfrente aantrekkelijker te maken.
Nauwelijks 2procent van alle Belgen laat zijn aanvullend pensioen uitkeren onder de vorm van een 'rente', een (drie)maandelijks of (half)jaarlijks bedrag dat levenslang wordt uitbetaald. Een combinatie van fiscale, economische en psychologische redenen leidt nagenoeg alle Belgen in de richting van een eenmalige kapitaaluitkering.Wie de som voor zijn 65ste laat uitkeren, betaalt een eenmalige belasting van 16,5 procent, nadien is het zelfs maar 10procent. Een rente daarentegen wordt belast tegen het marginaal belastingtarief, 40 tot 50 procent dus. Wie al kort na zijn pensionering overlijdt, laat bovendien zijn nabestaanden in de kou staan. Want het kapitaal dat door een leven lang sparen werd opgebouwd, verdwijnt dan in de kluizen van de verzekeraar.Anderzijds, dat blijkt ook vaak bij lottowinnaars, weet lang niet elke gepensioneerde hoe hij best omgaat met een kapitaaluitkering. Het gaat toch al gauw om 50.000 tot 100.000 euro. Wie zo'n bedrag goed belegt, kan zijn wettelijk pensioen twintig jaar lang aanvullen met 350 tot 700 euro per maand. 'Maar vaak wordt het bedrag slecht of helemaal niet belegd', zegt gedelegeerd bestuurder Philippe Colle van de beroepsvereniging Assuralia. Daarom lijkt de lijfrente voor veel gepensioneerden een veiliger formule. In Nederland, Duitsland en Groot-Brittannië heeft de politiek dat al lang begrepen. Daar wordt de lijfrente zelfs fiscaal bevoordeeld. In eigen land zijn steeds meer politici gewonnen voor het gelijk behandelen van de lijfrente- en de kapitaalformule.De verzekeraars stellen daarom voor de lijfrente te onderwerpen aan de roerende voorheffing (15procent) en de afhouding te beperken tot 20procent van het bedrag dat jaarlijks wordt uitgekeerd. Dat komt neer op een werkelijke heffing van 3procent, 'vergelijkbaar met de belastingdruk op bankproducten', klinkt het. Bovendien vraagt Assuralia een belastingvrijstelling van 12.000 euro per jaar. Dat komt neer op hetzelfde fiscaal voordeel als dat voor pensioenspaarders.Verder moet de lijfrente bij vroegtijdig overlijden kunnen worden overgedragen op een begunstigde of, als die niet aangeduid werd, op de erfgenamen. Die moeten eventueel ook kunnen kiezen voor een eenmalige uitkering van het resterende kapitaal. Assuralia pleit ook voor verlaagde successierechten op kapitaal langs zo'n lijfrente in de erfenis belandt.
copyright: de standaard