UNIZO vindt de pensioenvoorstellen zoals ze nu voorliggen stappen in de goede richting, maar te beperkt. "UNIZO deelt de droom van Minister Van Quickenborne om tot 1 pensioenstelsel te komen, maar daartoe moeten meer fundamentele stappen gezet worden," reageert UNIZO-topman Van Eetvelt. Enerzijds moeten bijvoorbeeld even strenge maatregelen worden toegepast op ambtenarenpensioenen als op werknemerspensioenen, anderzijds moeten de pensioenen voor zelfstandigen nog een lange weg afleggen om die van de werknemers bij te benen. Voor UNIZO gaan de voorgestelde maatregelen daarom nog niet ver genoeg. Zo is het voorstel om bij pensioenberekening periodes van werk meer door te laten wegen dan periodes van inactiviteit, slechts een kleine stap in de goede richting. “Eigenlijk zouden een aantal gelijkstellingsperiodes, zoals bijvoorbeeld tijdskrediet, gewoon niet mogen meetellen voor de berekening van het pensioen,” reageert UNIZO.
In september 2011 kwam het zelfstandigenpensioen voor het eerst op 1.000 euro te liggen. Maar toch blijven er nog altijd discriminaties bestaan ten opzichte van het ambtenaren en het werknemerspensioen. Momenteel hebben enkel gepensioneerde zelfstandigen met een volledige loopbaan van 45 jaar een pensioen hoger dan 1.000 euro. UNIZO wil daarom het minimumpensioenen voor zelfstandigen verder opgetrokken zien naar het niveau van de werknemers. Nu bestaat nog altijd een verschil van 5,5% voor alleenstaanden, 1,68%. voor gezinspensioenen. Bovendien wil de organisatie voor het toenemend aantal gemengde loopbanen, werknemer-zelfstandige, ondermeer een minimumrecht per loopbaanjaar voor de zelfstandigen.