dinsdag 17 mei 2011

Werknemer is in totaal 10 jaar niet op het werk

Gemiddeld heeft een gepensioneerde werknemer met een loopbaan van 40 jaar slechts 30 jaar effectief gewerkt. Hoog tijd om het stelsel van de "gelijkgestelde periodes" fundamenteel te hervormen, zeggen Partena en de UWE.

Er is nood aan een objectieve benadering en inperking van de gelijkgestelde afwezigheidsperiodes voor de pensioenberekening. Dat is de conclusie van het jaarlijks onderzoek naar afwezigheid op het werk in het Waals Gewest door Partena HR en de Union Wallonne des Entreprises* (UWE). Drie mogelijke oplossingen zijn:
 minder gelijkstellingen in het kader van de pensioenberekening
 een sterkere koppeling van de pensioenleeftijd aan de levensverwachting
 een grotere loopbaanflexibiliteit.

De gelijkgestelde periodes in de pensioenberekening zijn dringend aan herziening toe. De toekomstige evaluatie van het Generatiepact, de problematiek van de pensioenfinanciering en de vermindering van het overheidstekort tonen aan dat het om een evidente noodzaak gaat. Partena HR en de UWE zijn met dit rapport aan hun vijfde uitgave toe en leveren zo een belangrijke bijdrage in het pensioendebat.
Het rapport toont duidelijk aan dat er drie maatregelen moeten komen om onze pensioenfinanciering veilig te stellen: minder gelijkstellingen in het kader van de pensioenberekening, een sterkere koppeling van de pensioenleeftijd aan de levensverwachting en een grotere loopbaanflexibiliteit.



Een mooi voorbeeld: in een loopbaan van 40 jaar worden er gemiddeld 10 jaren gelijkgesteld. Tijdens deze 10 jaren heeft de werknemer niet gewerkt. Toch worden ze vaak gefinancierd (door de werkgever of de gemeenschap) en gelijkgesteld voor de pensioenberekening. Deze 10 gelijkgestelde jaren hebben uiteraard een hoge kostprijs: een kwart van de pensioenbudgetten gaat naar de financiering van gelijkgestelde periodes! Een objectieve benadering en inperking van deze gelijkstellingen zijn dus van essentieel belang voor onze toekomstige pensioenfinanciering.

Partena HR en de UWE tonen aan dat 55-plussers in 2009-2010 hoofdzakelijk afwezig waren omwille van arbeidsongeschiktheid van professionele en niet-professionele aard. In de categorie 55+ zijn deze arbeidsongeschiktheden maar liefst goed voor 43,09 % van alle afwezigheden! Voegen we hier de loopbaanonderbrekingen aan toe (14,47 % van alle afwezigheden), dan komen we aan een totaal van 57,56 % van alle afwezigheden. De cijfers spreken dus voor zich: dit zijn de twee hoofdredenen voor afwezigheid bij 55-plussers, zonder het brugpensioen uit het oog te verliezen.

Partena HR en de UWE hebben drie concrete voorstellen:
 Een indeling in drie categorieën voor de pensioenberekening : niet-gelijkgestelde periodes, volledig gelijkgestelde periodes en gedeeltelijk gelijkgestelde periodes met een degressieve gelijkstelling;
 Een onderscheid tussen vrijwillige en onvrijwillige afwezigheden;
 Een degressieve gelijkstelling om werknemers aan het werk te houden.


Jobaanbiedingen mogelijk dankzij :
Jobaanbiedingen mogelijk dankzij :
Jobaanbiedingen mogelijk dankzij :