De Nederlandse pensioenfondsen dragen het risico dat bij ons door de Belgische staat gedragen wordt. Zolang iemand leeft, heeft hij recht op pensioen. In Nederland werd het pensioenpotje opgebouwd via aparte pensioenfondsen die premies beleggen en uit het rendement de pensioengerechtigden betalen. Het Belgische pensioen wordt uit de lopende begroting betaald, met uitzondering van het pensioen van politici. Die hebben wel een pensioenkas.
De contracten die de levensverzekeraars en/of de pensioenfondsen in België hebben uitstaan, hebben een duidelijk moment van uitbetaling (op de pensioenleeftijd of bij tak-21 na afloop van het contract dat minimaal een looptijd van 8 jaar heeft). Zo'n 2 miljoen Belgische werknemers hebben via de werkgever een groepsverzekering. Het type contract bepaalt bij wie het beleggingsrisico ligt. Bij contracten waar een bepaald bedrag bij pensionering beloofd wordt, ligt het risico bij de werkgever.