In 1949 was de levensverwachting voor mannen 61 jaar en voor vrouwen iets meer dan 67,3 jaar. In 2007 lag het cijfer voor mannen boven 77 jaar, voor vrouwen boven 82 jaar. Het lijkt logisch dat de pensioenleeftijd dan ook naar boven gaat. Toch is dit volgens mij nu helemaal niet aan de orde.
Eerst ontspannen loopbanen
De Belgische dertigers vormen de meest gestresseerde groep in Europa. Vandaag wordt per gezin 2/3de meer gewerkt dan in 1950. Vrouwen zijn méér buitenshuis gaan werken, maar mannen amper minder. In het tweeverdienermodel weegt de dubbele dagtaak zwaar. 44% van de Vlamingen vindt dat een dag te weinig uren heeft. Relaties, gezinnen en kinderen staan voortdurend onder druk. Dat blijkt uit de sterke stijging van de hulpvraag in de bijzondere jeugdzorg, de geestelijke gezondheidszorg... Ook zelfmoorden vormen een aanwijzing dat er iets mis is.
Als je zo in de ratrace zit, snak je wellicht naar het pensioen. Pleidooien voor langer werken zijn dan allicht bij velen niet welkom. En terecht.
Er zijn enkele aanzetten om de werkstress te verlichten. De verlenging van moederschap- en ouderschapsverlof bijvoorbeeld. Maar een gezinsvriendelijk beleid moet meer zijn dan correcties op de steeds verder toenemende druk op jonge ouders vanuit een steeds meer flexibele arbeidsmarkt. Een aantal werkgevers zijn nogal terughoudend en de huidige tijdsmaatregelen zijn niet zo simpel voor de gebruiker (moederschapverlof, borstvoedingsverlof, ouderschapsverlof, tijdskrediet, palliatief verlof, educatief verlof, …). Het generatiepact heeft bovendien het aantal gelijkgestelde jaren voor de pensioenopbouw voor wie minder gaat werken via ouderschapsverlof of tijdskrediet afgebouwd. Dat is een slechte zaak.
Ik pleit voor een beleid, waarbij werknemers doorheen de hele loopbaan vlotter de mogelijkheid krijgen om hun arbeid aan te passen aan hun tijdsnoden. Laten we de bestaande en versnipperde tijdsmaatregelen bundelen in een globale tijdsverzekering, als nieuwe pijler binnen de sociale zekerheid. Daarbij vertrekken we van tijdsrechten, en niet van zelf bijeen te sprokkelen of sparen overuren of tegoeden zoals bij het liberale tijdsparen of een individuele levenslooprekening.
en landingsbanen
Mieke Vogels toonde enkele jaren geleden als Vlaams Welzijnsminister hoe het beter kan. Ze realiseerde een collectieve werktijdverkorting in de zorgsector volgens leeftijd en met loonbehoud: 36 uren vanaf 45 jaar, 34 uren vanaf 50 en 32 vanaf 55. Als andere sectoren daar een voorbeeld aan nemen zal de werkgelegenheidsgraad van de 55plussers op een aangename manier de hoogte in kunnen. In 2008 was slechts 34,5 procent van de 55-plussers in ons land aan de slag. Moet dat cijfer niet omhoog vooraleer de pensioenleeftijd naar boven gaat?
Werken om te leven
De productiviteit van onze economie is sinds de Tweede Wereldoorlog met bijna 2 % per jaar toegenomen. (En daarvoor betalen we een steeds hogere ecologische prijs.) Gemiddeld worden we in de Westerse wereld steeds rijker, maar niet gelukkiger. Moeten we dan niet nadenken over ons beschavingsmodel? Hebben we de economie niet te belangrijk gemaakt? Moeten we het hierover niet eerst hebben vooraleer we het domein van de economie nog gaan vergroten door een verhoging van de pensioenleeftijd?
Ik hoor veel gepensioneerden zeggen dat ze het fijn vinden dat “niets moet”. Eindelijk kunnen ze kiezen hoe ze hun tijd besteden. En velen doen dat op een bijzonder zinvolle manier. Voor diegenen die alleen maar in economische termen denken: de zorg die ze verschaffen aan hulpbehoevende familieleden en aan jonge kinderen is onbetaalbaar.
De sterkste schouders
De voorstanders van de verhoging van de pensioenleeftijd stellen dat anders de pensioenen onbetaalbaar of zeer laag worden. Ze weigeren in deze zeer rijke samenleving over een herverdeling te praten. Nochtans. De ongelijkheid is erg groot in België. De spanning tussen de laagste en de hoogste lonen bedraagt vandaag 1 op 18. Tegelijkertijd is meer dan 50% van alle inkomens in België afkomstig uit andere bronnen dan arbeid: intresten, onroerend goed, aandelen, ...In dit land wordt dus de helft van de inkomens verworven zonder er voor te werken.
Maar enkel wie werkt, betaalt voor de sociale zekerheid van iedereen. Wie inkomsten haalt uit bijvoorbeeld onroerende goederen of wie renteniert dankzij de dividenden van zijn aandelen betaalt geen sociale bijdrage. Maar wanneer hij ziek wordt, geniet hij wel van de ziekteverzekering.
Een bredere financiering van de sociale zekerheid is dus noodzakelijk. Iedereen die geniet van onze pensioen- en ziekteverzekering moet zijn steentje bijdragen. Zo kunnen we straks nog zieke mensen verzorgen en pensioenen blijven betalen. Dat is rechtvaardig.
Dus laten we de sociale zekerheid niet langer uitsluitend financieren uit de inkomsten op arbeid maar ook door de inkomsten uit beleggingen in kapitaal en onroerende goederen en de winsten van de ondernemingen. Dat is de essentie van de Algemene Sociale Bijdrage (ASB). Ik steun dat vakbondsvoorstel en onderschrijf de aloude stelling van de arbeidersbeweging: de sterkste schouders moeten de zwaarste lasten dragen. Dat is nu helemaal niet het geval.
De voorstanders van het neoliberale model willen ons én harder én langer laten werken. Ik hoop dat dezelfde profeten van de liberalisering, deregulering en privatisering die ons hebben opgezadeld met de grootste economische crisis sinds de jaren 30 het niet zullen halen. Ik hoop dat we zullen kiezen voor een kwaliteitsvol leven met ontspannen loopbanen. Als we dat hebben verwezenlijkt, kunnen we er misschien over praten of we in die onthaaste samenleving eventueel langer willen ingeschakeld zijn in het economisch proces. Maar nu is die kwestie helemaal niet aan de orde.
Hugo Van Dienderen