Doorgaan naar hoofdcontent

Opinie Danny Pieters (n-va) : Over Vandenbroucke

We moeten niet blijven hangen bij de vaststelling ‘België werkt niet', maar we moeten een duidelijke visie voorleggen voor onze sociale zekerheid. Daar heeft Frank Vandenbroucke overschot van gelijk in. Als de N-VA pleit voor een Vlaamse sociale zekerheid, moet ze ook vertellen hoe die eruit kan zien. Waar Vandenbroucke op termijn naartoe wil gaan, komen we niet echt te weten, behalve dan naar de uitbouw van een aanvullende tweede pijler. Hij geeft zo de ambitie op om binnen het wettelijk stelsel (de eerste pijler) mensen opnieuw een behoorlijk pensioen te geven. De SP.A gaat dus voor een steeds meer ‘leefloon-achtig' pensioen voor iedereen die werkt en een aanvullend ‘red-u-zelf'-pensioen voor de sectoren en bedrijven die het goed doen en waar men een tweede pijler in de wacht kan slepen. Wij zeggen: herstel een sterke eerste pijler, waar iedere euro ook meer aan pensioen oplevert, zonder de herverdeling los te laten. De eerste betaalde euro levert immers meer pensioenrechten op dan de laatste euro die in het systeem wordt gelegd. De zogenaamde gelijkgestelde periodes — periodes waarin niet wordt gewerkt maar die wel pensioenrechten opbouwen — laten we slechts meetellen als iemand (de betrokkene zelf, de werkgever of de overheid) instaat voor de corresponderende bijdrage. Vandenbroucke weet dat die gelijkgestelde periodes goed zijn voor zowat een derde van de pensioenen die vandaag uitbetaald worden, maar hij zwijgt hierover als vermoord.

De N-VA wil niet beweren dat de sociale zekerheid meteen uit alle problemen zou zijn eens ze Vlaams wordt. De sociale zekerheid is immers een supertanker die je slechts geleidelijk van koers kan doen wijzigen. Intussen is gebleken dat we de verloren jaren aan elkaar rijgen. Waar in Vlaanderen wellicht een consensus mogelijk is over de toekomstige koers van onze sociale zekerheid, is dat niet langer mogelijk op Belgisch niveau. Aan Franstalige kant heeft men immers een totaal ander beeld over de ‘sécu' en de voorwaarde van activering die daaraan verbonden is. Als voormalig federaal minister van Werk heeft Frank Vandenbroucke dat ongetwijfeld aan den lijve ondervonden. Als we de sociale zekerheid echt willen hervormen en verbeteren, dan zal dat in Vlaanderen zijn. Zoniet zitten we in België met z'n allen ‘broederlijk' op de Titanic.

En Brussel? Het debat over de toekomst van de sociale zekerheid verengen tot de vraag wie van een pensioen verzekerd zal worden in Brussel is naast de kwestie. Wanneer bevoegdheden worden overgedragen, zullen de mensen hun verworven rechten niet verliezen. Vlamingen en wie in Brussel kiest voor de Vlaamse gemeenschap kunnen de tanker van koers doen veranderen: van de schoolkeuze tot en met de sociale zekerheid.

Ervan uitgaan dat een wilde concurrentie iedereen naar het Vlaamse stelsel zou drijven, is niet correct. Een gezonde sociale zekerheid kent immers een evenwicht van rechten en plichten. Althans, als we bereid zijn om de eerste pijler niet los te koppelen van arbeidsprestaties zoals de SP.A blijkbaar wil. Integendeel, iedere gewerkte dag moet meetellen, zeker in de berekening van de eerste pijler. Als we dit principe niet loslaten, zien we echt niet in wat het probleem is in Brussel.

Danny Pieters (hoogleraar socialezekerheidsrecht en N-VA-kandidaat)

Populaire posts van deze blog

Kosten vergrijzing wegen almaar zwaarder door: toekomstige regering wacht lastige taak om oplossing te vinden

Waar uitkeringen, gezondheidszorg of pensioenen vandaag ruim een vierde van onze gezamenlijk geproduceerde welvaart opeisen, zal dat tegen 2070 al een derde zijn. En dat is voor het overgrote deel te wijten aan de vergrijzing van onze bevolking. Dat blijkt uit het nieuwe jaarrapport van de Studiecommissie voor de Vergrijzing. En zo weten de regeringsonderhandelaars nog eens duidelijk wat hen te doen staat. Vervolg VRT Rapport Studiecommissie voor de Vergrijzing

Is het waar dat de jonge leraars 400 à 600 euro per maand minder pensioen zullen krijgen? - DeWereldMorgen.be

Steeds verder gaat de federale regering in de afbraak van het wettelijk pensioen, zowel voor de werknemers uit de privé als voor de ambtenaren. De uitstapleeftijd neemt toe en het pensioenbedrag neemt af. Ook de sector onderwijs deelt in de klappen. “Weinig sectoren zijn zo zwaar getroffen door de pensioenhervormingen als het onderwijs. Leerkrachten die aan het begin van hun loopbaan staan, zullen vijf tot acht jaar langer moeten werken en als alle geplande maatregelen uitgevoerd worden, zullen ze maar liefst 400 à 600 euro netto per maand minder pensioen krijgen”. Dat schrijven 25 delegees van zes Vlaamse en Franstalige onderwijsvakbonden in een Opinie/Carte Blanche die o.a. verscheen in “Le Vif” (4 december 2017) en op “De Wereld Morgen” (14 december). Zo begint ook een Petitie tegen de afbraak van het onderwijspensioen. Stemmen de hallucinante cijfers die in de Opinie en in de Petitie vermeld worden, met de werkelijkheid overeen? Is het waar dat de jonge leraars 400 à 600 eu...