Dat vorig jaar een goed jaar was voor institutionele beleggers, wordt nog eens bevestigd door toezichthouder De Nederlandsche Bank, die meldt dat de nominale dekkingsgraad van pensioenfondsen in de loop van 2009 opliep van gemiddeld 95% tot 109%. Het gezamenlijke pensioenvermogen is gedurende het jaar 2009 aangegroeid met 86 miljard euro tot 663 miljard.
Ondanks een gemiddeld rendement van 15,9% zijn de pensioenfondsen nog lang niet terug op de positie die ze in 2007 hadden, voordat de crisis toesloeg. Toen was de gemiddelde dekkingsgraad 144% en zat er in totaal 690 miljard euro in de pensioenpot.
In reële termen liep de dekkingsgraad in 2009 op van 71% tot 81%, constateert DNB in zijn jaarverslag. In 2007 zaten de pensioenfondsen er reëel heel wat meer warmpjes bij, met een reële dekking van 108%.
In de loop van 2009 hebben pensioenfondsen de aandelenkraan wat meer open gedraaid: de aandelenallocatie liep met 4,6 procentpunt op tot 35,5%. De allocatie aan vastrentende waarden ging met 2,6% ook wat omhoog, tot 49,5%, inclusief 6,4 procentpunt voor inflatiegerelateerde obligaties.
Aandelen en vastrentende waarden rendeerden vorig jaar respectievelijk 31,9% en 11,5%. De totale allocatie aan vastgoed liep met 0,9 procentpunt terug tot gemiddeld 10% en rendeerde vorig jaar 2,8%.
Overigens is de dekkingsgraad van pensioenfondsen in 2010 opnieuw onder druk komen te staan, niet in de laatste plaats vanwege de steeds lagere lange rente. Bij een tienjaars rente op Nederlands staatspapier van slechts 2,93 komt de dekkingsgraad van het gemiddelde pensioenfondsen vandaag uit onder de 103%.