Op pensioenen en aanvullende pensioenen voor werknemers in België wordt een RIZIV-inhouding van 3,55 procent afgehouden. Geldt dat ook voor alle aanvullende pensioenen van gepensioneerden die in het buitenland worden?
Op alle Belgische wettelijke pensioenen aan werknemers is een bijzondere RIZIV-inhouding van 3,55 procent van toepassing. Die inhouding is ook verschuldigd op de aanvullende pensioenen die worden toegekend door een wettelijke, reglementaire of statutaire bepaling of die voortvloeien uit een arbeidsovereenkomst, uit een ondernemingsreglement of uit een cao op onderneming- of sectorniveau.
Het kan evenwel voorkomen dat een werknemer die een internationale carrière genoten heeft, zijn pensioen wordt uitbetaald op een moment dat het niet (langer) onderworpen is aan de Belgische sociale zekerheid op grond van de Europese Coördinatieverordeningen (Verordening 1408/71 of Verordening 883/04).
Europese rechtspraak
In 1985 heeft het Europees Hof van Justitie zich uitgesproken over de Belgische RIZIV-inhouding van 3,55 procent die wordt ingehouden op de wettelijke pensioenen van personen die niet langer aan de Belgische sociale zekerheid waren aangesloten. Het Hof was van oordeel dat een dergelijke heffing in strijd was met art. 33 van Verordening 1408/71 (art. 30 in Verordening 883/04) krachtens dewelke dergelijke bijdragen door een orgaan van een lidstaat enkel mogen worden ingehouden op de pensioenen van sociaal verzekerden die daartegenover prestaties bij ziekte en moederschap ontvangen van het voor die prestaties bevoegde orgaan van die lidstaat en niet wanneer de betrokken prestaties, zoals het geval bij sociaal verzekerden die op het grondgebied van een andere lidstaat wonen, voor rekening zijn van organen van de andere lidstaat.
In een daaropvolgend arrest van het Europees Hof van Justitie in de zaak Europese Commissie versus België heeft het Hof evenwel bepaald dat het bovengenoemd art. 33 Verordening 1408/71 (nu art. 30 Verordening 883/04), niet van toepassing is op aanvullende pensioenen.
Strijdig met vrij verkeer van personen?
Men kan zich de vraag stellen of de inhouding van de RIZIV-bijdrage op een aanvullend pensioen zonder dat er in België een sociale verzekering tegenover staat, niet strijdig is met het vrij verkeer van personen.
In de praktijk is de RIZIV-bijdrage steeds verschuldigd (ongeacht of de begunstigde van het aanvullend pensioen op het moment van uitbetaling onderworpen is aan de Belgische sociale zekerheid) van zodra een aanvullend pensioen uitbetaald wordt door een Belgische pensioeninstelling.
Wanneer de uitkering echter wordt uitbetaald aan een inwoner van de EER en voor wie de gezondheidszorgen niet ten laste zijn van België, bestaat er een mogelijkheid om de bijdrage terugbetaald te krijgen.
Hiertoe dient de gepensioneerde een aanvraag tot terugbetaling in te dienen bij de RVP, Dienst Kadaster en bijdragen, Zuidertoren 5, 1060 Brussel. Bij de aanvraag dient een attest van sociale verzekering in de andere EER-lidstaat gevoegd te worden.
Auteur: Joris Beernaert (Claeys & Engels)