De Belgen vertrouwen hun pensioenssysteem niet. Daarom sparen ze zo veel. Het Zweedse pensioensysteem zou hier veel kunnen helpen.
Het Zweeds pensioensysteem, gekoppeld aan een automatisch systeem om de begrotingsdiscipline te handhaven, ziet denktank Itinera als twee middelen om de Belgen het vertrouwen te hergeven in hun pensioenstelsel en om dit stelsel van de ondergang te redden.
De Belgische gepensioneerden hebben bijna de laagste pensioenen in Europa. Velen compenseren dat door een groot vermogen op te bouwen (huis inbegrepen): gemiddeld (!) 250.000 euro, zegt Itinera. Belgische, Zwitserse, Franse en Italiaanse gepensioneerden hebben het meest vermogen bijeengespaard.
‘Van de Belgen en de Italianen is bewezen dat ze dit doen omdat hun pensioen onzeker is’, zegt econoom Ivan Van de Cloot (Itinera). Wie niet kon sparen, zit dan wel diep de problemen.
De komende decennia zullen een half miljoen minder mensen werken en anderhalf miljoen meer mensen op pensioen zijn. De politiek in België is daar nauwelijks mee bezig. Als bijna enig land in Europa heeft België daaraan nog bijna niets gedaan.
‘Nu wordt plots gezegd door ministers en zo, dat drie jaar langer werken volstaat. Eigenlijk is acht jaar – tot 68 – nog niet voldoende’, zegt Itinera. Wil men hetzelfde (laag) pensioen blijven betalen, moet de belasting op de lonen omhoog met de helft (van 23 naar 36 procent), of moeten de pensioenen nog eens met 40 procent dalen.’
Het Generatiepact dat alles moest oplossen, heeft amper 17.000 mensen aangezet wat langer te werken, berekende Itinera.
Wat te doen?
Het eerste wat de politiek moet leren, is begrotingsdiscipline. De oprichting van het Zilverfonds in 2002 heeft dat niet bewerkstelligd. Een wet die de te halen begrotingsoverschotten vastlegt voor jàren, is een beter middel en laat de politiek toe verder op automatische piloot te vliegen.
Daarnaast kan het Zweeds systeem van de ‘collectieve notionele pensioenrekening’ heil brengen. Dat werd in Zweden ook ingevoerd los van de politiek, met een akkoord onder de sociale partners, werkgevers en vakbonden.
Elke pensioenbijdrage die afgehouden wordt van het loon, komt op een rekening, wordt omgezet in virtueel kapitaal waarna makkelijk te berekenen is hoeveel pensioen iemand al heeft opgebouwd, en hoe sterk het pensioen beïnvloed wordt door een jaar korter of langer werken of door een onderbreking van de loopbaan. Bij de pensionering wordt dit omgezet in een jaarlijkse uitkering die ook rekening houdt met de evolutie van de verwachte levensduur.
Het systeem ontmoedigt volgens Itinera op een eerlijke wijze het vroegtijdig pensioen. ‘Wie vroeger stopt met werken, heeft minder kapitaal opgebouwd en moet de uitbetaling ervan spreiden over meer resterende levensjaren’, zeggen Jean Hindriks en Ivan Van De Cloot van Itinera.
Volgens hen geeft zo’n open systeem de burger vertrouwen. De hoogte van het pensioen wordt dan ook rechtstreeks bepaald door de duur van de loopbaan en de betaalde bijdragen. Bij ons is dat veel onduidelijker.
De Itinera-onderzoekers stelden geen witboek en ook geen groenboek over de pensioenen op- minister Daerden sprak daarover - maar een ‘roodboek’ waarin ze nog tien andere voorstellen formuleren.
Langer werken moet duidelijker beloond worden. Haast alle landen hebben een systeem met een bonus voor wie na de pensioenleeftijd doorwerkt en een malus voor wie vóór die leeftijd met pensioen gaat. Bij ons heeft men een bonussysteem voor wie niet vervroegd of maar een beetje te vroeg op pensioen vertrekt.
Zo’n bonus/malus zou 6,7 procent per jaar vervroeging of verlating moeten bedragen. Bij ons is dat amper 2 procent; dat heeft maar weinig effect.
Itinera hamert ook op de gelijke fiscale behandeling van pensioenen en salarissen. Wie 2.000 euro pensioen heeft per maand, betaalt door allerlei aftrekken minder belastingen dan wie 2.000 euro loon verdient.
Die aftopping van de hogere pensioenen kan dan gebruikt worden voor de verhoging van de laagste pensioenen, luidt het. Haast alle partijen verdedigen die verhoging, maar haast geen partij zegt er bij hoe dat te financieren.
De lonen moeten ook minder gekoppeld worden aan de anciënniteit. Landen als Frankrijk, Italië en België waar die koppeling zeer sterk is, hebben de laagste werkzaamheidsgraad bij ouderen.
Dat wie na de pensioenleeftijd wil doorwerken, niet moet gestraft maar beloond worden, vinden de onderzoekers ‘nogal wiedes’. Maar België doet nog altijd het tegenovergestelde.
Deeltijds pensioen en deeltijds werken, moet volgens hen ook kunnen.
Itinera denkt ook aan een beperking van de ‘gelijkgestelde periodes’, periodes waarin niet gewerkt wordt maar die toch meetellen als ‘gewerkte jaren’ voor het pensioen. De brugpensioenperiode is daar onder meer bij.
Meer werken, is het algemeen devies van Itinera. ‘Belgen werken het minst uren per jaar en hebben de kortste loopbanen. Daarmee hou je geen pensioenstelsel overeind’, luidt het. Werk moet dan wel ‘werkbaarder’ worden voor ouderen, zeggen ze.