De Vlaamse gemeenten zijn tevreden dat federaal minister van Pensioenen Michel Daerden (PS) werk maakt van een wettelijk kader voor aanvullende pensioenen voor contractuele ambtenaren. Maar de uitbouw van het stelsel dreigt heel moeizaam te verlopen, als de minister niet meer ruimte laat voor de eigenheid van de gemeenten.
Dat zegt directeur van de Vereniging van Vlaamse Steden en Gemeenten (VVSG) Mark Suyskens. Die tweede pijler moet de ongelijke situatie voor contractuele ambtenaren aanpakken. Ze ontvangen een lager pensioen dan hun statutaire collega's, maar kunnen dat tot vandaag niet verhogen met een aanvullend pensioen.
In Vlaanderen wordt al gewerkt aan zo'n tweede pijler, maar voor een aantal zaken (overdracht van opgebouwde rechten, ...) is het wachten op een federaal, wettelijk kader.
In Wallonië en Brussel zou men minder aandacht hebben voor de kwestie. Dat verschil lost Daerden op door in zijn voorstel slechts een minimale intersectorale sokkel vast te leggen en het verdere overleg te decentraliseren naar het gewestniveau.
En vooral daar knelt het schoentje, aldus Suyskens, die wijst op de rigide regels van de gewesten. Zo moeten alle gemeenten binnen de regio's eenzelfde bijdragepercentage hanteren, dezelfde financieringswijze en pensioeninstelling kiezen, enzovoort.
Ook de al bestaande initiatieven worden volgens hem genegeerd. Daardoor zou de uitbouw van het stelsel wel eens heel moeizaam kunnen verlopen, waarschuwt de VVSG-topman. De woordvoerder van Daerden verklaart dat over het ontwerp zeker nog onderhandeld kan worden.