donderdag 4 maart 2010

Belangrijke vragen rond brugpensioen

Het project om de sociale zekerheidsbijdragen en inhoudingen op de brugpensioenen te harmoniseren, heeft de naam DECAVA meekregen. Wat is juist het doel van dit DECAVA-project?
Het is zo dat in de loop der jaren de regelgeving in verband met de bijdrageregeling voor het conventioneel brugpensioen vaak gewijzigd werd en bijgevolg een complexe aangelegenheid geworden is. De overheid heeft daarom geprobeerd het complex gegeven van de verschillende aangiftes te vereenvoudigen door alle sociale zekerheidsbijdragen en inhoudingen op brugpensioenen onder te brengen bij de RSZ.

Men wenst de administratieve verplichtingen van de werkgevers en de controle op de bijdragen te vereenvoudigen door alles in één centrale database onder te brengen. Daarnaast heeft het DECAVA-project ook als doel om de vervroegde uitdiensttredingen uit de arbeidsmarkt te ontmoedigen. Dit door brugpensioenen zwaarder te belasten.

Vanaf wanneer zal dit project in werking treden?
Oorspronkelijk werd het voornemen om de bijdrageregeling op het brugpensioen te harmoniseren al aangekondigd eind 2006 maar het werd verschillende keren uitgesteld omwille van problemen met de praktische uitwerking. Uiteindelijk lijkt er nu licht aan het einde van de tunnel te komen en is er voorzien dat het DECAVA-project officieel in werking zal treden op 1 april 2010.

Wat wijzigt er nu concreet in verband met de bijdragen voor het conventioneel brugpensioen?
Vanaf 1 april 2010 zal de rol van het RVP en de RVA verdwijnen. Alle sociale zekerheidsbijdragen en inhoudingen op het brugpensioen zullen voortaan aangegeven en betaald worden aan de RSZ. De twee bestaande werkgeversbijdragen (aan de RVP en RVA) worden samengevoegd tot één enkele bijdrage, de bijzondere werkgeversbijdrage die per kwartaal aangegeven en betaald wordt door de actor die de betaling ten laste genomen heeft. Het gaat niet langer om forfaitaire bijdragen, maar om een percentage toegepast op het bruto maandbedrag van de aanvullende vergoeding.

Is het percentage dat toegepast wordt op dit bruto maandbedrag van de aanvullende vergoeding voor alle bruggepensioneerden gelijk?
Neen, dit percentage zal variëren naargelang de leeftijd van de bruggepensioneerde, de datum waarop het brugpensioen ingaat en de datum waarop de opzeg betekend werd. Aangezien de regering het brugpensioen minder aantrekkelijk wil maken, wordt voorzien dat voor bruggepensioneerden van wie de opzeg betekend werd na 15 oktober 2009 en van wie het brugpensioen ten vroegste aanvangt op 1 januari 2010, er een hoger percentage wordt toegekend. Voor deze categorie wordt dit percentage vastgelegd op het moment dat het brugpensioen een aanvang neemt. Concreet betekent dit dat hoe vroeger men in brugpensioen gaat, hoe hoger de werkgeversbijdragen zullen zijn. Deze regeling geldt echter niet voor de non-profit sector, waar er lagere percentages gelden.

Wordt de regeling betreffende de bijzondere compenserende werkgeversbijdrage ook gewijzigd?
Op dit vlak is de huidige regeling niet gewijzigd. Deze bijzondere werkgeversbijdrage is verschuldigd voor bruggepensioneerden van 56 jaar met een loopbaan van 33 jaar waarvan 20 jaar nachtarbeid of bruggepensioneerden die onder de bouwsector vallen en ongeschikt zijn om de beroepsactiviteit uit te oefenen. Deze bijdrage bedraagt 50 of 33 procent van de aanvullende vergoeding en is verschuldigd tot en met de maand waarin de bruggepensioneerde 58 jaar oud wordt.



Wat gebeurt er met de persoonlijke inhoudingen?
De twee huidige persoonlijke inhoudingen, bij de RVP en RVA, zullen ten gevolge van dit DECAVA-project ook worden samengevoegd tot één enkele inhouding die elk kwartaal zal moeten aangegeven en betaald worden aan de RSZ. Het percentage die op de som van de werkloosheidsuitkering en de aanvullende vergoeding dient toegepast te worden, bedraagt in principe 6,5 procent.

Wie moet deze inhouding aangeven en betalen aan de RSZ?
Deze taak zal moeten uitgevoerd worden door degene die de aanvullende vergoeding betaalt. Dit kan dus respectievelijk toebehoren aan de werkgever, de onderneming die de betaling ten laste genomen heeft, het sociaal fonds of het fonds sluiting ondernemingen. Dit brengt met zich mee dat zowel de werkgeversbijdragen als de persoonlijke inhoudingen aan de RSZ betaald en aangegeven moeten worden door de schuldenaar van de aanvullende vergoeding. Indien deze aanvullende vergoeding echter door meerdere personen uitbetaald wordt, zal de hoofdschuldenaar verantwoordelijk geacht worden voor de aangifte en de betaling. De wetgever heeft hierin de verantwoordelijkheid doorgeschoven naar de werkgever. Het is namelijk de werkgever die zal moeten bepalen wie het grootste stuk van de aanvullende vergoeding voor zijn rekening neemt.

Werden er in deze nieuwe bijdrageregeling ook maatregelen genomen om de werknemer aan het werk te houden?
Ja, de overheid heeft de principes van het generatiepact doorgetrokken naar de bijdrageregeling van het brugpensioen. Zo is bepaald dat indien men het werk hervat tijdens het brugpensioen, de aanvullende vergoeding behouden blijft. Er geldt ook de verplichting dat elke overeenkomst op basis waarvan de werknemer recht heeft op een aanvullende vergoeding, dergelijke werkhervattingclausule moet bevatten Indien de overeenkomst niet conform is, zullen zowel de werkgever als de werknemer gesanctioneerd worden.
Jobaanbiedingen mogelijk dankzij :
Jobaanbiedingen mogelijk dankzij :
Jobaanbiedingen mogelijk dankzij :