“Weinig meer dan een kleine lastenverhoging voor ondernemers en al helemaal geen rem op brugpensioen.” Zo omschrijft UNIZO de beslissing van de federale ministerraad vandaag om brugpensioen te ontmoedigen. “Dat de regering vroeger uittreden ontmoedigt, juichen we toe. Er moeten immers dringend meer mensen langer aan de slag om de sociale zekerheid betaalbaar te houden,” reageert UNIZO-topman Karel Van Eetvelt. “Maar met deze maatregel zal dat doel niet bereikt worden. Werkgevers zullen elke maand tot 5€ meer moeten betalen per bruggepensioneerde. Voor de rest blijft alles bij het oude.” Om brugpensioen echt terug te dringen, moet het substantieel duurder worden voor beide betrokken partijen: de werkgever én de werknemer, stelt UNIZO. Immers, zolang die laatste het verschil niet voelt in zijn portefeuille, zal hij niet ontmoedigd worden vervroegd uit te treden. In KMO’s blijken vooral de werknemers vragende partij zijn voor brugpensioen.
De beslissing van de federale ministerraad is de uitvoering van haar beslissing tijdens het begrotingsconclaaf van vorig jaar om de werkgeversbijdrage op brugpensioen te verhogen. Het forfaitair bedrag aan sociale bijdrage (normaal 75€/maand) wordt vanaf april vervangen door een percentage. Hoe jonger de kandidaat-bruggepensioneerde, hoe hoger het percentage. UNIZO protesteerde vorig jaar al, toen de beslissing genomen werd bij de begrotingsopmaak.
Concrete simulatie
Concreet: een bediende van 58 met een nettoloon van 1.965€/maand wil met brugpensioen. Deze persoon krijgt een aanvullende vergoeding: het verschil tussen het laatste netto loon en de werkloosheidsvergoeding (dit wordt 1.153,10€/maand), zijnde 812€/maand. Deze aanvullende vergoeding is echter geplafonneerd op 400€/maand. De nieuwe beslissing legt de werkgever een extra last op van 20% van die aanvullende vergoeding. Voor deze bediende moet de werkgever dus 80€/maand betalen. Dit is 5€/maand meer dan in het vorig systeem. Weinig meer dan een kleine lastenverlaging voor de werkgever dus.