Nederlanders, dat is bekend, zijn recht voor de raap. Ze zeggen de dingen onverbloemd, ook al is de boodschap hard. Dat doet ook de Commissie Goudswaard, die zich op verzoek van de Nederlandse regering over de pensioenproblematiek heeft gebogen. ‘Als de Nederlanders de komende jaren een hoge pensioenuitkering willen behouden, zullen de pensioenbijdragen fors opgetrokken moeten worden’, stelt het Goudswaard-rapport, dat gisteren is voorgesteld. Uit een pensioenpot kan je alleen halen wat erin gestoken is. Dat is de simpele realiteit.
Het pensioendebat lééft in Nederland. De regering-Balkenende nam vorig jaar al de beslissing de wettelijke pensioenleeftijd op te trekken tot 67 jaar. In België is de pensioenproblematiek minstens even prangend: het wettelijk pensioen is armzalig en de betaalbaarheid ervan niet verzekerd. Maar het debat is hier nog niet ver gevorderd. We zitten nog in het stadium van de palavers. Sinds begin 2009 is achter de schermen de Nationale Pensioenconferentie aan het werk. Die komt binnenkort met een eerste rapport, een groenboek, dat het probleem nog eens zal schetsen op basis van cijfermateriaal van de Studiecommissie voor de Vergrijzing en het Federaal Planbureau.
Veel illusies hoeven wel ons niet te maken. Er komt geen grote pensioenhervorming. ‘Dat is niet haalbaar’, zegt Michel Jadot, de man die de Nationale Pensioenconferentie coördineert, deze week in Knack. De ambitie lijkt dus beperkt. In dit landje botst elk voorstel tot hervorming van het pensioensysteem meteen op een veto. De dure ambtenarenpensioenen aanpassen? Dat nooit! Het stelsel van het brugpensioen veranderen? Geen sprake van! De wettelijke pensioenleeftijd verhogen? Onaanvaardbaar!
De politici beseffen nochtans dat de burgers zich zorgen maken over hun pensioen. Sp.a-voorzitster Caroline Gennez lanceerde zondag op de nieuwjaarsreceptie van haar partij een ‘radicaal’ pensioenplan. Eerste voorstel: de terugbetaling van de overheidssteun door de banken moet dienen om de pensioenen te financieren. Maar zou dat geld niet beter bij voorrang worden gebruikt om het begrotingstekort terug te dringen? De 21 miljard euro volstaan bovendien niet eens om één jaar de pensioenen te betalen. Tweede voorstel: een aanvullend pensioen voor iedereen. Mooi. Maar wie zal dat betalen? Zullen we die lasten afwentelen op de werkgevers - en het concurrentievermogen van de bedrijven helemaal om zeep helpen? Of durven we de werknemers te zeggen dat ze vandaag loon moeten inleveren in ruil voor een extra pensioenuitkering later?
Het geld zal niet uit de hemel komen vallen. Al te vaak wordt in ons land de indruk gewekt dat de pensioenproblematiek opgelost kan worden met een paar trucs die een clowneske minister uit zijn hoed zal toveren. Maar dat is niet het geval. Het zal pijn doen, er zullen offers gebracht moeten worden. Men moet de mensen niks wijsmaken. Men zou beter recht voor de raap zijn.