De wet-Verwilghen voorziet in een voortzettingsrecht voor hospitalisatiepolissen, maar ook voor polissen arbeidsongeschiktheid. Deze laatste kunnen dus voortgezet worden tot aan de wettelijke pensioenleeftijd van 65 jaar. Voor zelfstandigen zit een dekking arbeidsongeschiktheid vaak vervat in een individuele pensioentoezegging (IPT). De einddatum van zo’n IPT ligt bij de meeste verzekeraars op 60 jaar. In de praktijk stoppen zelfstandigen vaak op hun 60e. Een zelfstandige heeft volgens de wet-Verwilghen het recht om de voortzetting van die polis te vragen tot aan de leeftijd van 65 jaar. Verzekeraars kunnen dus verplicht worden om vijf bijkomende jaren dekking te verlenen. En dat was niet voorzien bij de aanvang van het risico.
Om duidelijkheid te krijgen over deze kwestie, werd een parlementaire vraag gesteld aan minister van Financiën Didier Reynders. Het antwoord luidt dat verzekeraars voortaan bij het afsluiten van de polis in hun verzekeringsovereenkomst een clausule kunnen opnemen waarin staat dat het voortzettingsrecht beperkt wordt tot de leeftijd van 60 jaar. Jammer is wel dat de wet-Verwilghen in werking is getreden op 1 juli 2009 en de reparatiewet pas op 8 juli 2009 gepubliceerd werd.