Jo Cottenier
Je zou het “De Vier Werken van Van Rompuy I” kunnen noemen. De premier heeft net zijn begroting ineengeknutseld. Binnenkort belandt Brussel-Halle-Vilvoorde weer op de onderhandelingstafel en moet het Belgische voorzitterschap van de Europese Unie in de tweede helft van 2010 voorbereid worden. Maar de komende maanden heeft de regering maar één prioriteit: de pensioenconferentie.
De conferentie over de pensioenen werd in het regeerakkoord aangekondigd als een hoogmis van overleg over de toekomst en de leefbaarheid van ons pensioenstelsel. Drie werkgroepen zijn deze conferentie al sinds eind 2008 aan het voorbereiden. Binnenkort moet Michel Jadot, coördinator van de werkgroepen en PS-topambtenaar, een syntheserapport voorstellen dat ertoe moet leiden dat de conferentie in december met conclusies kan komen.
Ondertussen nemen werkgevers en vakbonden al positie in. Het patronaat organiseerde in september een colloquium met als titel “Het Generatiepact gewikt en gewogen”.[i] Het standpunt van het VBO is duidelijk: er moet een tweede Generatiepact komen, want de resultaten van het eerste pact zijn verwaarloosbaar. Dat het patronaat er zo over denkt, hoeft ons niet te verwonderen. Maar verontrustender is dat Jan Vanthuyne, directeur-generaal van het ministerie van Werk, deze stelling met kracht bijtrad.
Vanthuyne, de naaste medewerker van minister van Werk Joëlle Milquet (cdH), maakte op het colloquium een zeer negatieve balans op van de voornaamste doelstelling van het Generatiepact, namelijk het brugpensioen beperken. Zijn conclusies deden de oogjes in de zaal blinken: “Zo lang vervroegde uittrede kan en zo gunstig behandeld wordt: vechten tegen de bierkaai!” Vanthuyne voegt eraan toe: “We moeten nu beslissen. Het brugpensioenstelsel moet progressief worden afgebouwd, hetzij door de effectieve loopbaanvoorwaarde op te trekken, hetzij door de leeftijd op te trekken. Het pensioenbedrag moet verlaagd worden bij vervroegd pensioen door een bonus/malus-systeem toe te passen en rekening te houden met de levensverwachting.”
Met deze woorden ligt het hele debat dat voorafging aan de invoering van het Generatiepact in 2005 weer op tafel. Werknemers en vakbonden zijn gewaarschuwd. Waakzaamheid is geboden.
Het probleem is reëel, de oplossing is vals
Hoe kunnen we de betaalbaarheid van de pensioenen garanderen als tegen 2050 meer dan 30 % van de bevolking 60 of ouder zal zijn? Per twee werkenden zal er dan één gepensioneerde zijn. De weg die het Generatiepact bewandelt, lijkt de meest logische: de mensen langer doen werken, zodat er meer werkenden zijn om minder gepensioneerden te betalen. Dat is ook de weg die de Europese Unie promoot en die in de meeste landen gevolgd wordt. Zowel in Groot-Brittannië, in Duitsland, als in Nederland besliste de regering onlangs om de pensioenleeftijd te verhogen tot 67…
Er bestaat echter nog een andere weg, die logischer, efficiënter, en vooral rechtvaardiger is. De maatschappij is perfect in staat om de kost van de vergrijzing op te vangen als het probleem bekeken wordt in het licht van een herverdeling van de rijkdom. En als we het over rijkdom hebben, dan hebben we het vooral over de grote vermogens, de grote fortuinen. Want de vermogensongelijkheid is nog tien keer groter dan de inkomensongelijkheid. Daarom stelt de PVDA voor om een miljonairstaks te heffen.
Waarom zou een miljonairstaks kunnen bijdragen aan het oplossen van het probleem van de betaalbaarheid van de pensioenen?
1. Zoals de vakbonden terecht stellen, is het eerste probleem dat moet opgelost worden het tekort aan jobs. Met een miljonairstaks kan een investeringsfonds opgericht worden waarmee arbeidsplaatsen kunnen worden gecreëerd in sectoren waar er te weinig zijn: de sociale sector, het onderwijs, de openbare diensten. Meer jobs betekent ook meer sociale bijdragen.
Wat de regeringen tegenwoordig doen, is niet het aantal jobs verhogen, maar het aantal werknemers op de arbeidsmarkt verhogen door hen onder druk te zetten. Maar hoe kunnen we de tewerkstellingsgraad verhogen als er geen jobs zijn? Door de crisis groeit het aantal werklozen en bruggepensioneerden na herstructureringen heel sterk aan. Dat komt de werkgevers goed uit, want hun enige zorg is om een ruim aanbod aan werknemers te hebben, zodat ze de lonen naar omlaag kunnen drukken. De beste garantie om de pensioenen te kunnen blijven betalen, is dat er voldoende jobs beschikbaar zijn.
2. Zoals de vakbonden ook opmerken, zijn de pensioenen in ons land bij de laagste van heel Europa. Het aantal gepensioneerden dat in armoede leeft, is extreem hoog. Het volstaat dus niet om enkel de huidige pensioenen te kunnen blijven uitbetalen, het bedrag dat de gepensioneerden krijgen moet ook fors de hoogte in. Doordat de pensioenen tientallen jaren lang niet welvaartsvast zijn gemaakt, is het niveau van de pensioenen gedaald tot 35 % van dat van de lonen.
De oplossing die de regering voorstelt, is om aanvullende pensioenstelsels uit te bouwen, waardoor iedereen zelf verantwoordelijk wordt voor het opbouwen van een reserve voor zijn oude dag. Het is nochtans perfect mogelijk om voor iedereen een deftig pensioen te voorzien door een beroep te doen op de reusachtige fortuinen die een kleine laag van de bevolking heeft vergaard dankzij het werk van anderen. Hierdoor zouden de minimumpensioenen kunnen worden verhoogd en zouden ze opnieuw welvaartsvast kunnen worden gemaakt. Bovendien is het dan mogelijk om het statuut van de ambtenaren te behouden en blijven hun pensioenrechten gevrijwaard.
3. De eerste pensioenpijler is het wettelijke pensioen. Het wettelijke pensioen werkt volgens het herverdelingsprincipe en is het enige pensioenstelsel dat verzekering en solidariteit combineert, vinden ook de vakbonden. De invoering van een miljonairstaks kan ervoor zorgen dat er voldoende reserves zijn om het wettelijke pensioenstelsel te herfinancieren en om de betaalbaarheid ervan te garanderen in het licht van de vergrijzing van de bevolking.
De laatste jaren heeft de regering herhaaldelijk gesteld dat het wettelijke pensioen tekortschiet. Daarom moedigt ze de mensen aan om hun toevlucht te nemen tot aanvullende pensioenen, die gebaseerd zijn op kapitalisatie. Op die manier wordt de sociale zekerheid ontmanteld. De financiële en economische crisis heeft aangetoond dat dit een zeer gevaarlijke evolutie is. Tegenwoordig zitten veel pensioenfondsen in moeilijkheden. De ineenstorting van de beurzen heeft de gouden bergen van buitensporige rendementen verandert in een hoopje stof.
De herfinanciering van de eerste pensioen pijler moet prioritair zijn en de ontwikkeling van de tweede en de derde pijler moet een halt worden toegeroepen. Het is nog niet te laat om de klok terug te draaien.
4. In 2005 hebben de vakbonden gestreden voor het behoud van het brugpensioen, maar de voorwaarden om op 58 jaar met brugpensioen te kunnen gaan, werden verstrengd. Nu moet je als man al een loopbaan van 35 jaar hebben om recht te hebben op brugpensioen. In 2010 wordt dat 37 jaar, en in 2012 38 jaar. Voor vrouwen is de duur van de loopbaan vastgelegd op 30 jaar, maar in 2010 wordt dat 33 jaar en tegen 2014 moeten ook vrouwen een loopbaan van 38 jaar voorleggen om met brugpensioen te kunnen gaan. We moeten ten alle prijze vermijden dat er een tweede Generatiepact komt dat de voorwaarden voor het brugpensioen nog strenger maakt. We kunnen in geen enkel geval aanvaarden dat de gelijkstelde periodes en de uitbreiding van het begrip “zwaar beroep”, die verworven zijn in het interprofessioneel akkoord, opnieuw ter discussie komen te staan